Ga naar de inhoud van deze pagina.
Jaarverslag 2025 2025 - Jaarverslag versie 1.4

Lokale heffingen

INLEIDING

Deze paragraaf bevat informatie over diverse gemeentelijke belastingen en heffingen en gaat in op de consequenties van de gemeentelijke woonlastendruk voor de inwoners van Sittard-Geleen.

Gemeentelijke belastingbeleid

Voor het gemeentelijk belastingkader gelden de volgende uitgangspunten:

  • De tarieven worden uitsluitend geïndexeerd, tenzij sprake is van noodzakelijke investeringen;
  • De afvalstoffen- en rioolheffing zijn 100% kostendekkend. Dit houdt in dat het tarief zo wordt bepaald dat er enkel de kosten mee worden gedekt.
  • De algemene heffingen (honden- en toeristenbelasting) hebben het karakter van een bestemmingsheffing (maximaal 100% kostendekkend), voor zover er dekkingsmiddelen zijn.
  • Lastenverdeling naar rato van draagkracht op basis van redelijkheid en billijkheid. De gemeente doet niet aan inkomenspolitiek, dit overeenkomstig artikel 219, lid 2 van de Gemeentewet. Daarin is bepaald dat de hoogte van een gemeentelijke belasting niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen
  • De afnemer/ vervuiler betaalt;
  • De dienstverlening is kostendekkend, alle kosten worden gedekt door de opbrengsten.

Monitor gemeentelijke woonlastendruk 2025

Uitgangspunt voor Sittard-Geleen was dat de gemiddelde gemeentelijke woonlast voor een inwoner van Sittard-Geleen overeenkomt met de gemiddelde woonlastendruk van de grootste gemeenten uit Limburg. In het jaarlijkse overzicht van de gemeentelijke belastingen van de provincie Limburg wordt een vergelijking gemaakt van de woonlasten van de Limburgse gemeenten betreffende OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Aan de hand van deze benchmark is de gemiddelde gemeentelijke woonlast van een inwoner uit Sittard-Geleen voor 2025 vergeleken.

Daarentegen betaalt een huurder van een woning in Sittard-Geleen alleen afvalstoffenheffing, hierdoor zijn we de goedkoopste gemeente van de 4 grote gemeenten in Limburg. Een gezin dat in een huurhuis woont, is ruim € 100 per jaar goedkoper uit in onze gemeente dan in het op de tweede plaats staande Venlo.

Gemeentelijke belastingen

De totale opbrengst uit gemeentelijke belastingen, afvalstoffen- en rioolheffing bedraagt € 91 mln., hierbij is rekening gehouden met de nog op te leggen heffingen in 2025 over heffingsjaar 2024. Hieronder volgt een uiteenzetting van de opbrengsten van de algemene gemeentelijke belastingen en rechten.

De toeristenbelasting laat een verschil zien van € 0,189 mln. ten opzichte van de verwachtte opbrengsten. Dit komt doordat de inning van de toeristenbelasting een vertraging kent van 6 maanden. Op basis van de informatie van de BsGW is er een bedrag van € 0,523 mln. aan toeristenbelasting opgelegd. Er is geen aanleiding om te verwachten dat het opgelegde bedrag niet wordt geïnd.

ONROERENDE ZAAKBELASTING (OZB)

De onroerende zaakbelasting (OZB) is de belangrijkste gemeentelijke heffing. De OZB is een objectieve en zakelijke belasting die wordt geheven van eigenaren van onroerend goed ter verkrijging van een bijdrage in de algemene middelen.

Per saldo wijkt de realisatie aan OZB-opbrengsten € 1,8 mln af ten opzichte van de actuele begroting. Deze afwijking komt met name door de OZB niet-woningen. Het zijn incidentele effecten, mede door meer areaal, minder bezwaren, andere waarderingsvorm van onroerende zaken in combinatie met minder leegstand dan verwacht. Dit positieve saldo is het gecombineerde resultaat op de OZB-woningen en OZB niet-woningen in de jaarrekening 2025 vergeleken met de prognose van de BsGW opgenomen in de begroting 2025.

Woningen

Voor de OZB-woningen zijn er € 0,2 mln. meer baten dan er werd geprognosticeerd bij de begroting 2025. Door het jaar heen past de BsGW de prognose aan middels kwartaalrapportages. Voor de OZB-woningen is de prognose met 0,084 mln. naar boven bijgesteld. Dit betekent dat de baten in de jaarrekening 0,13 mln. hoger zijn dan de laatste 4e kwartaalrapportage 2025 van de BsGW.

Niet-woningen

Voor de OZB-niet-woningen zijn er € 3,6 mln. meer baten dan er werd geprognosticeerd bij de begroting 2025. Door het jaar heen past de BsGW de prognose aan via kwartaalrapportages. Voor de OZB niet-woningen is de prognose met 0,084 mln. naar boven bijgesteld. Dit betekent dat de baten in de jaarrekening 1,71 mln. hoger zijn dan de laatste 4e kwartaalrapportage 2025 van de BsGW.

Ontwikkeling gemiddelde OZB-aanslag woningen

Onderstaand is de ontwikkeling van de gemiddelde OZB-aanslag woningen over de jaren 2022 tot en met 2025 weergegeven.

De gemiddelde aanslag OZB is voor woningeigenaren de afgelopen jaren gestegen van € 411 in 2022 naar € 445 in 2025.

AFVALSTOFFENHEFFING

In artikel 10.211 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders zorgdragen voor het inzamelen van huishoudelijk afval. In de afvalstoffenverordening en uitvoeringsregeling afvalstoffenverordening is opgenomen hoe de afvalinzameling geregeld is en in de verordening afvalstoffenheffing is bepaald hoe de lasten verhaald worden.

De afvalstoffenheffing is een bestemmingsbelasting die wordt geheven op basis van artikel 15.33, eerste lid, van de Wet Milieubeheer. Een bestemmingsbelasting betekent dat de baten de lasten niet mogen overschrijden. De inzameling en verwerking van huishoudelijk afval is uitbesteed aan de NV RWM.

Voor de afvalstoffenheffing geldt het principe van kostendekkende tarieven. Dat betekent dat het beleid erop is gericht dat de lasten van afvalverwerking volledig worden verhaald. De baten zijn in meerjarenperspectief dan ook gelijk aan de ramingen van de lasten. Het overschot/tekort van een bepaald jaar wordt gestort in c.q. gedekt uit de bestemmingsreserve en voorziening afvalverwerking.

De stijging in de afvalstoffenheffing in de afgelopen jaren is deels te verklaren door stijging van de verwerkingskosten, hogere logistieke lasten en CAO-indexeringen. In Limburg nam de afvalstoffenheffing in 2025 toe met 4,81% en bedraagt gemiddeld € 327 voor een huishouden. Het gemiddelde tarief in Sittard-Geleen steeg met 3,87% minder sterk en ligt met € 323 net onder het Limburgse gemiddelde. Ook is het tarief lager in vergelijking met het gemiddelde van de 4 grootste gemeenten.

De stand van de voorziening afval bedraagt per 31 december 2025 € 3,9 mln. In 2025 is samen met de gemeenten Beek, Echt-Susteren en Stein het regionaal Beleidskader Van Afval Naar Grondstof 2026-2030 vastgesteld

RIOOLHEFFING

Rioolheffing is een bestemmingsbelasting die wordt geheven op basis van artikel 228a, eerste lid van de Gemeentewet. In dit artikel is vastgelegd dat onder de naam rioolheffing een belasting kan worden geheven ter bestrijding van kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan het waterbeheer.

Essentie van de kostenverhaling bij de rioolheffing is dat de gemeente drie zorgplichten heeft en de kosten daarvan mag laten vergoeden door de inwoners. De zorgplichten zijn:

  • een afvalwaterzorgplicht;
  • een hemelwaterzorgplicht;
  • een grondwaterzorgplicht.

De opbrengsten van de rioolheffing moeten aan deze zorgplichten worden uitgegeven. De wijze waarop de gemeente aan de zorgplichten voldoet is beschreven in het beleidsplan water- en klimaatadaptatie.

Samenwerking en beleidskader afvalwaterbeheer en watermanagement

Voor de periode 2022–2025 is een gezamenlijk beleids- en uitvoeringskader voor het regionale waterbeheer vastgesteld. Dit kader, begin 2022 goedgekeurd door de gemeenteraad, bestaat uit vier plannen die samen het Beleidsplan Stedelijk Watermanagement (BSW) en het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vormen. Het plan is vernieuwd ingericht met een duidelijke scheiding tussen beleidskaders (raad) en uitvoering (college). In lijn met het Bestuursakkoord Water is regionaal samengewerkt met gemeenten in de Westelijke Mijnstreek en waterpartners. Twee plannen hebben een regionaal karakter en bevatten gezamenlijke uitgangspunten; lokale autonomie blijft geborgd via gemeentelijke kostendekkings- en projectplannen.

Klimaatadaptatie

Klimaatveranderingen zoals wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen nemen toe. Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie stuurt aan op klimaatbestendig handelen (2021) en volledig klimaatbestendig zijn in 2050. Ook voor Sittard-Geleen vraagt dit om een programmatische aanpak en een bredere verandering. Omdat klimaatadaptatie nauw samenhangt met wateroverlast, krijgt het waterbeheer binnen de gemeente een nieuwe en grotere betekenis.

In juni 2025 zorgde extreem regenval opnieuw voor water op straat, vooral in Einighausen, Limbricht en Guttecoven – voor Einighausen en Limbricht al de vierde keer in vier jaar. Tijdelijke maatregelen zijn uitgevoerd, bewoners troffen zelf maatregelen en samen met Waterschap Limburg worden aanvullende acties voorbereid binnen Water in Balans. Op andere locaties kregen bewoners advies over zelfbescherming en nam de gemeente maatregelen zoals gootroosters en buffers.

Om inwoners en bedrijven beter te betrekken, zijn in 2025 risicodialogen gehouden in Limbricht en Guttecoven. Daarnaast is een subsidieregeling voor klimaatadaptieve maatregelen vastgesteld, zoals groene daken, groene gevels en waterkerende schotten. Deze maatregelen helpen zowel tegen wateroverlast als tegen hitte en vergroten de biodiversiteit. De regeling wordt positief ontvangen; in 2025 maakten 23 huishoudens gebruik van in totaal € 23.000 van het beschikbare budget van € 0,2 miljoen.

Stimuleringsregeling afkoppelen hemelwaterafvoer particulier terrein

Met de stimuleringsregeling afkoppelen hemelwater vergroten we de bewustwording rond klimaatadaptatie. Via waterklaar.nl wordt lokaal en Limburg-breed gecommuniceerd. Doelen zijn: minder schoon water naar de zuivering, meer infiltratie tegen droogte en meer ruimte voor water om overlast te verminderen. Iedere perceeleigenaar is medeverantwoordelijk voor waterbeheer.

Tot december 2025 hebben 238 inwoners gebruikgemaakt van de regeling, waardoor 34.200 m² verharding is afgekoppeld. In 2025 is voor € 31.870 aan beschikkingen afgegeven, waarvan 50% wordt bekostigd door Waterschap Limburg. De regeling loopt tot 31 december 2026.

NK Tegelwippen

In 2025 zijn in onze gemeente 33.290 tegels gewipt, driemaal zoveel als in 2024.

Voor de rioolheffing geldt het principe van kostendekkende tarieven. Dat betekent dat het beleid erop is gericht dat de kosten van riolering volledig in rekening worden gebracht bij de eigenaren van woningen en bedrijven. In de begroting zijn de kosten gelijk aan de opbrengsten. Bij de jaarrekening wordt het daadwerkelijke overschot/tekort van een bepaald jaar gestort c.q. gedekt uit de bestemmingsreserve of voorziening riolering.

De stand van de reserve per 31 december 2025 bedraagt € 58.000 en de voorziening € 1,0 mln.

OVERIGE ALGEMENE BELASTINGEN

De baten van de hondenbelasting zijn iets lager dan de begroot. In 2024 is € 0,36 mln. aan hondenbelasting ontvangen terwijl er € 0,40 is begroot.

KOSTENDEKKENDHEID

Bij de rechten en bestemmingsheffingen onder artikel 229 Gemeentewet dient er sprake te zijn van een aanwijsbare tegenprestatie door de overheid. Voor de vaststelling van de rechten is de gemeente gehouden aan het vereiste dat de geraamde baten de geraamde lasten niet mogen overschrijden. Er dient dus sprake te zijn van ten hoogste kostendekkende rechten.

In de begroting 2025 is een berekening gemaakt van de kostendekkendheid. De overhead is berekend op € 45.527 per fte.

Onderstaand is een overzicht van de kostendekkendheid opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat de wettelijke regel van maximaal 100% kostendekkendheid alleen geldt voor de begroting en niet voor de jaarrekening. Wel is het belangrijk dat indien bij de jaarrekening blijkt dat de kostendekkendheid meer dan 100% is, bij de eerstvolgende berekening van de kostendekkendheid de budgetten opnieuw worden beoordeeld, en indien nodig worden bijgesteld op basis van de realisatie.

Binnen de verschillende verordeningen is er sprake van kruissubsidiering.

De belangrijkste verschillen worden onderstaand toegelicht.

Naheffingsaanslag parkeren

De kostendekkendheid van de naheffing van de parkeerbelastingen is gezakt naar 58%. Dit komt doordat de verwachtte opbrengsten in de begroting 2025 hoger waren dan de gerealiseerde opbrengsten in de jaarrekening 2025, een verschil van € 81.000.

Rioolheffing

De kostendekkendheid op basis van de begroting is 100%. De realisatie van de jaarrekening toont aan dat de kostendekkendheid is gestegen naar 108%. Deze stijging heeft met name betrekking op twee kostenposten die lager uitvallen dan begroot. De kosten voor de rente op afschrijvingen en de kosten voor onderhoud huisaansluitingen vallen lager uit dan begroot. Het ontstane verschil wordt toegevoegd aan de reserve voor riolering. De inzichten op basis van de jaarrekening 2025 worden meegenomen bij de tariefbepaling voor 2027.

Marktgelden

De kostendekkendheid van de marktgelden is 78% terwijl bij de begroting rekening is gehouden met 83%. Dit verschil is ontstaan doordat de gerealiseerde opbrengsten van de weekmarktgelden zijn gedaald. Het resultaat op de marktgelden ligt in lijn met de jaarrekening 2024.

Lijkbezorgingsrechten, aanlegrechten uitweg en rioolaansluitrechten

De lijkbezorgingsrechten zijn gedaald in kostendekkendheid. Dit komt doordat de baten sterker dalen dan de kosten. Een gedeelte van de kosten zijn vaste lasten en worden niet of nauwelijks beïnvloed door de daling in baten. Het verschil in baten heeft te maken met de rechten voor begraven, bijzetten van asbussen of het verstrooien van as.

Scheepvaartrechten

Scheepvaartrechten hebben een kostendekkendheid van 51%. Dit komt doordat de gerealiseerde lasten lager uitkomen ten opzichte van de begroting. In 2025 is er groot onderhoud gepleegd (baggeren van de vaarweg). Hierdoor zijn de lasten incidenteel veel hoger dan begroot waardoor de kostendekkendheid is gedaald tot 51%.

Leges

Onder de naam “leges” worden rechten geheven voor:

  1. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;
  2. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument.

Voor de legesverordening wordt niet alleen de kostendekkendheid per onderdeel berekend, maar ook de kostendekkendheid van de gehele legesverordening. In sommige gevallen zijn de baten uit een bepaalde dienst hoger dan de lasten (overdekking), deze wordt dan gebruikt voor het tekort op een andere dienst. Subsidiëring van onrendabele activiteiten met winst uit rendabele activiteiten. Dit wordt kruissubsidiëring genoemd.

De kostendekkendheid voor de gehele legestabel komt uit op 97% ten opzichte van 96% begroting. De grootste afwijkingen per hoofdstuk worden onderstaand toegelicht.

Tabel overzicht kostendekkendheid leges op hoofdstuk

Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3x 1.000 Taakveld Overhead Totale Kosten Totale Opbrengsten Kosten- dekking

Kostendekking Hoofdstuk 1

€ 1.831

€ 407

€ 2.239

€ 2.078

93%

Kostendekking Hoofdstuk 2

€ 715

€ 202

€ 918

€ 993

108%

Kostendekking Hoofdstuk 3

€ 79

€ 19

€ 99

€ 73

74%

Kostendekking totale tarieventabel

€ 2.627

€ 629

€ 3.257

€ 3.145

97%


Hoofdstuk 1 Algemene Dienstverlening

De kostendekkendheid van hoofdstuk 1 Algemene Dienstverlening komt uit op 93% ten opzichte van 95% begroting.Kleine mutaties op aantallen of toe te rekenen lasten vertaalt zich in een hogere percentuele afwijking door de kleine massa.

Van enkele paragrafen is de kostendekkendheid 0%, deze zijn voor de aantallen zo laag dat er niet apart lasten en baten geraamd en geboekt worden.

Tabel overzicht kostendekkendheid legesverordening hoofdstuk 1 algemene dienstverlening

Hoofdstuk 1 Algemene dienstverleningx 1.000
Taak- veld Overhead Totale Kosten Totale Opbrengsten Kosten dekking

paragraaf

1

Burgerlijke stand

€ 92

€ 47

€ 140

€ 132

94%

paragraaf

2

Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

€1.174

€ 190

€1.365

€ 1.357

99%

paragraaf

3

Rijbewijzen

€ 244

€ 68

€ 312

€ 296

95%

paragraaf

4

Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

€ 52

€ 18

€ 71

€ 68

95%

paragraaf

5

Bestuursstukken

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0%

paragraaf

6

Vastgoedinformatie

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0%

paragraaf

7

Overige publiekszaken

€ 25

€ 4

€ 30

€ 25

84%

paragraaf

8

Gemeentearchief Sittard-Geleen

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0%

paragraaf

9

Bijzondere wetten

€ 208

€ 64

€ 272

€ 163

60%

paragraaf

10

Diversen

€ 32

€ 12

€ 45

€ 34

77%

Kosten- dekking Hoofdstuk 1



€1.831

€ 407

€2.239

€ 2.078

93%


Hoofdstuk 2 Omgevingswet

Het grootste deel van de inkomsten in 2025 betrof de afhandeling van bouwaanvragen die nog einde jaar 2024 gedaan waren en worden dus niet meegenomen in de berekening van de kostendekkendheid van de bouwleges op basis van de Omgevingswet begroting 2025. Dit betrof 65% van alle legesinkomsten in 2025.

De kostendekkendheid van de bouwleges op basis van de Omgevingswet komt uit op 108% ten opzichte van 99% begroting. Hierbij dient te worden opgemerkt dat grote projecten in zeer grote mate zorgen voor de materialiteit in de leges, waardoor de kostendekkendheid verhoudingsgewijs stijgt. Van enkele paragrafen is de kostendekkendheid 0%, deze zijn voor de aantallen zo laag dat er niet apart lasten en baten geraamd en geboekt worden.

Tabel overzicht kostendekkendheid leges hoofdstuk 2 Omgevingswet

Hoofdstuk 2 Omgevings-wet x1.000

Taakveld Overhead Totale Kosten Totale Opbrengsten Kosten dekking

paragraaf

1

Algemene bepalingen

€ 104

€ 0

€ 104

€ 0

0%

paragraaf

2

Voorfase

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0%

paragraaf

3

Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

€ 503

€ 164

€ 668

€ 907

136%

paragraaf

4

Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

€ 34

€ 7

€ 42

€ 4

12%

paragraaf

5

Milieubelastende activiteiten

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0%

paragraaf

6

Lozingsactiviteiten

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0%

paragraaf

7

Aanlegactiviteiten

€ 29

€ 12

€ 41

€ 42

103%

paragraaf

8

Overige activiteiten

€ 13

€ 5

€ 18

€ 15

83%

paragraaf

9

Maatwerkvoorschriften

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0%

paragraaf

10

Gelijkwaardigheid

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0%

paragraaf

11

Overige tarieven

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0%

paragraaf

12

Modaliteiten

€ 30

€12.942

€ 43

€ 22

53%

paragraaf

13

Vermindering

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0%

paragraaf

14

Teruggaaf

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0%

Kostendekking Hoofdstuk 2



€ 715

€ 202

€ 918

€ 993

108%


Hoofdstuk 3 Europese Dienstenrichtlijnen

Van enkele paragrafen in titel 3 van de legestabel worden niet weergegeven omdat de opbrengsten en kosten 0 bedragen, en:

  • paragraaf 2 en 3 de aantallen zo laag zijn dat er niet apart kosten en opbrengsten geraamd worden; en
  • paragraaf 5 en 6 niet gebruikt worden, waarbij voor de marktstandplaatsen een aparte verordening is;

Hoofdstuk 3 is een klein onderdeel van de legesverordening, waarvan een groot deel bestaat uit horeca- en evenementenvergunningen. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij de gemeente Sittard-Geleen en veel andere gemeenten niet kostendekkend.

Kleine mutaties op aantallen of toe te rekenen lasten vertaalt zich in een hogere percentuele afwijking door de kleine massa, hierdoor komt de kostendekkendheid uit op 74% ten opzichte van 45% begroting.

Van enkele paragrafen is de kostendekkendheid 0%, deze zijn voor de aantallen zo laag dat er niet apart lasten en baten geraamd en geboekt worden.

Tabel overzicht kostendekkendheid leges hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn

Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn x1.000 Taakveld Overhead Totale Kosten Totale opbrengsten Kosten dekking

Horeca

€ 44

€ 9

€ 53

€ 55

104%

Organiseren evenementen of markten

€ 15

€ 9

€ 25

€ 5

20%

Overige vergunningverlening

€ 19

€ 1

€ 20

€ 12

62%

Kostendekking Hoofdstuk 3

€ 79

€ 19

€ 99

€ 73

74%


Kwijtscheldings- en incontinentiekorting beleid

Onderstaand een samenvatting van het aantal verzoekschriften tot kwijtschelding en de afhandeling hiervan.

Tabel Overzicht kwijtscheldingsverzoeken

Kwijtschelding 2021 2022 2023 2024 2025

Aantal verzoekschriften

                   8.546

                 8.772

                 8.556

                        7.583

                            3.998

Afgehandelde verzoekschriften

100,0%

99,9%

99,8%

99,4%

98,2%

Percentage toe-en afwijzingen

Afwijzingen

29,3%

30,6%

31,5%

29,2%

29,7%

Toewijzingen

a) geautomatiseerd

52,0%

55,2%

51,2%

48,3%

45,8%

b) handmatig

18,7%

14,3%

17,3%

22,6%

24,5%

Totaal toewijzingen

70,7%

69,4%

68,5%

70,8%

70,3%


Over het jaar 2025 komen er nog verzoeken naar aanleiding van de aanslag diftar 2025 in februari 2026. Geautomatiseerde toewijzingen worden op basis van een toets bij het Inlichtingbureau toegekend, de inwoner hoeft hier geen handmatige aanvraag voor te doen.

Tabel Vergelijkend overzicht kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024

Bedragen x € 1.000 jaarrekening 2024 Actuele begroting 2025 jaarrekening 2025 Afwijking jaarrekening 2025 t.o.v. begroting 2025 Afwijking jaarrekening 2025 t.o.v. begroting 2025

Kwijtschelding afval

981

880

981

101

11,4%

Incontinentiekorting afvalstoffenheffing

110

75

110

35

46,7%

Kwijtschelding hondenbelasting

11

17

11

-6

-35,2%

Totaal

1.102

972

1.102

130

13,3%


In 2025 zijn de kosten lager dan begroot. Dit wordt veroorzaakt dat voor alle nog lopende heffingsjaren de kosten lager zijn de begroot. Na de aanslagoplegging van de diftar 2025 komen nog nieuwe verzoeken voor zowel kwijtschelding afvalstoffenheffing als incontinentiekorting. De lasten voor 2025 zijn daarom een inschatting op basis van de prognose van de BsGW.

Oninbare vorderingen

Bij de overdracht van belastingen naar de BsGW is de bevoegdheid tot het oninbaar verklaren van belastingvorderingen overgedragen aan de BsGW.

Tabel Oninbaarheid

Bedragen x € 1.000 Oninbaar in boekjaar 2025 Reeds oninbaar geleid in eerdere jaren Totaal oninbaar heffingsjaar
Prognose

Heffingsjaar 2022

91

75

166

355

Heffingsjaar 2023

71

45

116

367

Heffingsjaar 2024

90

39

129

385

Heffingsjaar 2025

39

0

39

392

Totaal

                  291

                     159

                450

1.499


Op basis van de prognoses is de verwachting dat er voor de heffingsjaren 2022 tot en met 2025 ongeveer € 1,5 mln. aan opgelegde belastingenheffingen oninbaar zal moeten worden verklaard. Hiervan is € 0,45 mln. al oninbaar verklaard per einde 2025. Benodigd in de voorziening voor de verwachtte oninbaarheid over de jaren 2022 t/m 2025 is € 1,2 mln.

Bezwaren

Onderstaand een overzicht van het aantal bezwaarschriften bij de BsGW.

Tabel bezwaarschriften

2021 2022 2023 2024 2025

BEZWAARSCHRIFTEN*

Afgehandelde bezwaarschriften

        6.233

        4.037

        8.170

        3.554

        3.243

Nog af te handelen

               1

               2

               4

               7

             19

Totaal aantal bezwaarschriften

        6.234

        4.039

        8.174

        3.561

        3.262

WOZ-BEZWAREN

Aantal WOZ objecten onder bezwaar

Woningen

        2.885

        2.436

        6.545

        1.985

        2.355

Niet-woningen

           437

           370

           307

           230

           229

Totaal

        3.322

        2.806

        6.852

        2.215

        2.584

Afgehandelde WOZ bezwaren

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

99,9%

Percentages toe-en afwijzingen

Afwijzingen

55,7%

62,7%

62,4%

69,3%

71,8%

Toewijzingen

44,3%

37,3%

37,7%

30,7%

28,2%

* bezwaarschriften hebben alleen betrekking op algemene gemeentelijke belastingen en rechten