In deze paragraaf hebben we de verschillende elementen die de veerkracht van onze financiële positie bepalen in beeld gebracht. Op basis hiervan kunnen we concluderen dat:
- Op basis van de 3de rapportage 2025, de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 het structureel begrotingsevenwicht geborgd is.
- Ons geactualiseerd risicoprofiel 100% is afgedekt in de algemene reserve risicobeheersing;
- Het surplus in de algemene reserve incidenteel kan worden ingezet om onvoorziene tegenvallers en/ of ontwikkelingen op te vangen;
- Onze financiële kengetallen ten opzichte van de jaarrekeningen 2023 en 2024 en de begroting 2025 nagenoeg gelijk zijn gebleven en voor solvabiliteit is verbeterd;
- In onze begroting vanaf 2026 exploitatie- en investeringsmiddelen beschikbaar zijn om invulling te geven aan de wendbaarheid van onze begroting. Daarnaast draagt de post onvoorzien van jaarlijks € 0,5 mln., samen met de algemene reserve risicobeheersing bij aan de versterking van de weerbaarheid van onze financiële positie.
Samenvattend kunnen we op basis van de jaarrekening 2025 concluderen dat onze financiële positie veerkrachtig is. Tegelijkertijd constateren we dat de omvang van de voordelige (structurele) begrotingssaldi in de meerjarenraming 2027-2029 afnemen. Aanvullend blijkt uit een verdere doorkijk een aantal ontwikkelingen/ risico’s, waardoor onze begroting onder druk kan komen te staan. Om de balans tussen ambities, beschikbare middelen en uitvoeringskracht te blijven borgen, zijn mogelijk aanvullende maatregelen. Via de P&C-cyclus komen we hierop terug.