Algemeen
In de 3de rapportage 2025 hebben wij onze begroting voor het laatst bijgesteld. Met de begrotingssaldi uit deze P&C-producten als vertrekpunt, zijn wij de voorbereiding van de 1ste rapportage 2026 gestart.
In het onderdeel 'Ontwikkelingen per programma' geven we per programma inzicht in de financiële bijstellingen van de begrotingsposten binnen het programma. Voor de verwerking van financiële bijstellingen passen wij onze begrotingskaders toe. Dit betekent dat we de opgenomen bijstellingen niet binnen het taakveld of betreffende programma kunnen oplossen. Met andere woorden, de oplossing van met name de nadelige aanpassingen vindt plaats via de totale begroting.
In dit verband merken wij op dat, passend binnen het karakter van een uitzonderingsrapportage, nadelige aanpassingen die binnen het product of programma worden opgelost, niet in deze rapportage zijn opgenomen. Daarnaast zijn voorstellen opgenomen die geen effect hebben op het begrotingssaldo. Bijvoorbeeld omdat een bijstelling van een begrotingspost voor loon- en prijsstijgingen wordt gedekt uit de gereserveerde inflatie middelen.
We starten de actualisatie van onze begroting 2026 met de begrotingssaldi uit de vastgestelde 3de rapportage 2025. Voor een zo goed mogelijk inzicht in de ontwikkeling van onze financiële positie betrekken wij de volgende onderdelen in de actualisatie van het begrotingsbeeld:
- Financiële bijstellingen met effect op de begrotingsruimte;
- Overige financiële bijstellingen;
- Ontwikkeling begrotingsruimte tot en met de 1ste rapportage 2026.
Deze onderdelen worden in het vervolg van dit hoofdstuk verder uitgewerkt.
Leeswijzer tabellen
Voor de leesbaarheid van de financiële tabellen plaatsen wij enkele opmerkingen:
- Bedragen zijn weergegeven in duizendtallen, tenzij anders is aangegeven;
- Bedragen met een ‘+’ hebben een positieve invloed op het begrotingssaldo; bedragen met een ‘-‘ hebben een negatieve invloed op het begrotingssaldo;
- Tussen de verschillende overzichten kan sprake zijn van minimale afrondingsverschillen.
Ad 1 Samenvatting begrotingsaanpassingen
In hoofdstuk 2 ‘Ontwikkelingen per programma’ geven wij per programma inzicht in de ontwikkeling van de budgetten en de voorstellen tot bijstelling van deze budgetten. Ten aanzien van deze bijstellingen plaatsen wij 2 kanttekeningen:
- Bijstellingen kleiner dan € 50.000 zijn op de programmabladen samengevoegd. In de bijlage 4 bij deze rapportage zijn deze bijstellingen nader gespecificeerd;
- Voor zover de bijstellingen betrekking hebben op administratieve wijzigingen (budgettair neutraal), niet zijnde reservemutaties, inzet van taakmutaties en speerpuntmiddelen, zijn in bijlage 3 gespecificeerd.
In onderstaande tabel hebben wij de saldi van de budgetten per programma samengevat.
Leeswijzer tabel:
De actuele begroting (kolom c) fungeert als vertrekpunt voor de actualisatie van de budgetten. De actuele begroting wordt bepaald door de oorspronkelijke begroting (kolom a) en de begrotingswijzigingen die sindsdien zijn verwerkt (kolom b). Deze begrotingswijzigingen hebben betrekking op administratieve, budgettair neutrale wijzigingen en de aanpassingen uit de 3de rapportage 2025. De voorstellen tot bijstellingen van de budgetten in deze rapportage zijn zowel voor 2026 (kolom d) als de jaren 2027-2029 (kolom f) weergegeven. Kolom e geeft inzicht in de actuele begroting 2026, inclusief de bijstellingen uit de 1ste rapportage 2026.
De bedragen in de kolommen (a), (c) en (e) zijn saldobedragen; het verschil tussen de totale baten en lasten van het programma. Voor programma bestuur en ondersteuning betreft dit een positief saldo - de baten zijn hoger dan de lasten -, omdat hier de inkomsten uit het gemeentefonds en de belastingen worden verantwoord. Ook programma Milieu heeft door de opbrengsten uit de afval- en rioolheffing een positief saldo. De overige programma’s hebben een negatief saldo - de lasten zijn hoger dan de baten -. Op deze programma’s worden naast specifieke inkomsten de lasten verantwoord om het programma uit te kunnen voeren. De bedragen in de kolommen (d) en (f) hebben betrekking op het totaal van de bijstellingen op het programma. Een positief bedrag heeft een voordelig effect op het begrotingssaldo; een negatief bedrag heeft een nadelig effect op het begrotingssaldo.
Toelichting tabel:
Uit de tabel blijkt dat wij de actualisatie van ons begrotingsbeeld - op basis van de actuele begroting – zijn gestart met een sluitende jaarschijf 2026 (begrotingsruimte is € 0). Het totaal aan bijstellingen in deze rapportage bedraagt in 2026 € 0,6 mln. nadelig. Na verwerking van de bijstellingen in deze rapportage is het begrotingssaldo in 2026 € 0,6 mln. nadelig. De structurele doorwerking van de bijstellingen in de jaarschijven 2027 tot en met 2029 is afgerond jaarlijks € 0,5 mln. nadelig.
In de volgende tabel geven wij een toelichting op de belangrijkste voorstellen tot begrotingsaanpassing. Het betreft bijstellingen die van invloed zijn op het begrotingssaldo. Conform onze bepalingen in de financiële verordening worden alle bijstellingen > € 200.000 afzonderlijk gepresenteerd. Posten onder dit bedrag worden samengevoegd, tenzij posten zijn gekoppeld aan een structurele bijstelling. In afwijking van deze bepaling hebben we bijstelling voor de verwerking van de decembercirculaire 2025 en een aantal genomen besluiten onder deze grens eveneens afzonderlijk gepresenteerd. Voor een volledig inzicht in de voorgestelde bijstellingen per programma, inclusief inhoudelijke toelichting, verwijzen wij u naar het onderdeel “Ontwikkelingen per programma van deze rapportage. Hier zijn ook de voorstellen tot aanpassing opgenomen die geen invloed hebben op het begrotingssaldo; de budgettair neutrale aanpassingen.
Leeswijzer/ toelichting:
In bovenstaande tabel hebben wij de voorstellen tot begrotingsaanpassing opgenomen die van invloed zijn op het begrotingssaldo. Positieve bedragen hebben een voordelig effect op het begrotingssaldo; negatieve bedragen hebben een nadelig effect. Uit de tabel blijkt dat het totaal aan begrotingsaanpassingen in alle jaarschijven nadelig is. Het totaal aan bijstellingen is in 2026 € 0,6 mln. nadelig. De structurele doorwerking van de bijstellingen in de jaarschijven 2027 tot en met 2029 is afgerond jaarlijks € 0,5 mln. nadelig.
Bij de uitwerking van onderdeel 3 ‘Ontwikkeling begrotingsruimte en met de 1ste rapportage 2026’ geven we inzicht in de invloed van de resultaten uit deze rapportage op de ontwikkeling van de begrotingssaldi (totale baten -/- totale lasten) en de globale analyse van het structureel begrotingsevenwicht (structurele baten -/- structurele lasten). Voordat wij onderstaand de individuele posten kort toelichten geven wij eerst een analyse op hoofdlijnen.
Op hoofdlijnen
Bovenstaande bijstellingen hebben betrekking op een aantal autonome ontwikkelingen en genomen besluiten. De autonome ontwikkelingen hebben betrekking op nadelige structurele bijstellingen in het sociaal domein, voornamelijk binnen de Wmo en jeugdzorg. Daarnaast hebben wij de gevolgen uit de decembercirculaire 2025 financieel vertaald en de boekingen in de algemene reserve en de algemene reserve risicobeheersing opgeschoond.
De genomen besluiten zijn met uitzondering van het Woape van Lömmerich ten laste van de begrotingsruimte verwerkt. Bij het Woape van Lömmerich valt het beschikbare exploitatiebedrag in 2026 vrij, waarbij tegelijkertijd voor hetzelfde bedrag wordt voorgesteld een investeringskrediet beschikbaar te stellen. Resulterend in structurele kapitaallasten. Deze bijstellingen hebben met uitzondering van nieuwbouw Plenkhoes, het Toon Hermans Theater en gebiedsontwikkeling Fortuna en omgeving een structureel karakter. In lijn met de besluitvorming over de jaarstukken 2025 stellen we voor om het resultaat na bestemming ad € 0,48 mln in te zetten voor de dekking van het tekort in 2026.
Per post
1.Sociaal domein – Jeugd
De uitvoeringskosten voor de centrumregeling Jeugdhulp Zuid-Limburg zijn gestegen in 2026 door een aangepaste werkwijze met het nieuwe regioteam. Deze nieuwe werkwijze moet leiden tot een verbetering in de kwaliteit van dienstverlening, onderlinge samenwerking en governance binnen de jeugdhulpregio Zuid-Limburg. Daarnaast is sprake van een stijging in het aantal PGB (Persoonsgebonden Budget) en SMI (Sociaal Medische Indicatie) aanvragen.
1.Sociaal domein – Wmo
De vraag naar hulpmiddelen neemt toe vanwege het feit dat inwoners vanuit zelfredzaamheid steeds langer thuis wonen.
1. Sociaal domein – Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp
Gezien de actuele ontwikkelingen rondom energiekosten blijft deze aanvullende lokale hulp naast landelijke maatregelen nodig. Ter bekostiging van deze aanvullende lokale hulp zijn deze extra middelen, € 83.000, die het rijk met de decembercirculaire 2025 beschikbaar gesteld heeft, opgenomen in deze rapportage. De verwachting is dat in het voorjaar van 2026 aanvullende middelen voor 2026 beschikbaar worden gesteld.
2. Aanpassing algemene reserve/ risicobeheersing
De onderbouwing van de algemene reserve en de algemene reserve risicobeheersing is beoordeeld op actualiteit en besluitvorming. De hieruit voortvloeiende correcties vallen vrij ten gunste van de begrotingsruimte.
3. Maatschappelijk vastgoed
Voor het opmaken van de begroting 2026 is uitgegaan van de jaarlijkse subsidie op basis van de Subsidieregeling accommodatiebeleid 2019 en beperkte incidentele kosten t.b.v. bijvoorbeeld onderzoeken, abonnementen en extern juridisch advies. Na vaststelling van de gemeentebegroting heeft zich een aantal gemeenschapshuisbesturen gemeld omdat zij de exploitatie niet meer sluitend krijgen en onvoldoende eigen middelen hebben om het tekort aan te vullen. Deze stichtingen hebben wij incidenteel subsidie verstrekt, omdat anders de ontmoetingsruimte gesloten moest worden, waardoor de verenigingen geen onderkomen zouden hebben. Wij werken met deze besturen aan een structurele oplossing opdat geen exploitatiesubsidie meer nodig is, maar voor de korte termijn zijn extra middelen nodig. Daarnaast hebben wij meer subsidie voor groot onderhoud moeten verstrekken dan was voorzien in het MJOP. Dat wordt mede veroorzaakt door de gedateerde staat van de accommodaties.
4. Woape van Lömmerich
Op basis van het "Uitdaagrecht" en de hiervoor op te stellen overeenkomst gaat de Stichting Gemeenschapshuis Limbricht de taak van het aanpassen, verbouwen en verduurzamen van het gemeenschapshuis overnemen van de gemeente. Hiervoor zijn middelen in de gemeentebegroting aanwezig; deels in een investeringskrediet en deels in exploitatiebudget. Deze middelen worden in deze rapportage, conform de kaders, geheel als investeringskrediet omgezet.
5. Nieuwbouw Plenkhoes
Het huidige Plenkhoes zal vóór 1-1-2027 plaats maken voor de nieuwbouw. Er resteert nog een boekwaarde van een renovatie uit 1998 op het huidige pand. Deze boekwaarde wordt in 2026 vervroegd afgelost. De kapitaallasten die hierdoor vrijvallen (jaarlijks € 7.000) worden vooralsnog gereserveerd en betrokken in de voorstellen voor het nieuwe Plenkhoes.
6.Toon Hermans Theater - naamgeving -
Het theater in Sittard blijft de komende 15 jaar het Toon Hermans Theater heten. Ook het portret en de tekst op de gevel mag al die tijd blijven staan. De gemeente krijgt het gebruiksrecht (zoals vastgelegd in de nieuwe licentieovereenkomst) voor het gebruik van onder meer de naam, het portret en onderdelen uit het artistieke oeuvre van Toon Hermans voor promotionele doeleinden ten behoeve van de gemeente. Verder wordt ook de looptijd van de Citymarketing overeenkomst verlengd (die zou eindigen in 2027) en gelijkgetrokken met de looptijd van de vaststellingsovereenkomst. Tussen de gemeente en Toon Hermans B.V. zijn afspraken gemaakt over een financiële vergoeding voor deze gebruiksrechten. Zie tevens de raadsinformatiebrief inzake overeenstemming nalatenschap Toon Hermans van 19 maart 2026 (bijlage 2.) alsmede de toelichting bij programma Sport, cultuur en groen.
7.Gymnastiekvereniging Swentibold
Afwikkeling bestaand krediet
Er is al enkele jaren een krediet beschikbaar voor de realisatie van nieuwe huisvesting voor GV Swentibold. In de afgelopen jaren zijn diverse mogelijkheden verkend en berekend. Omdat er nu gekozen wordt voor een huurconstruct hoeft er vanuit de gemeente geen investering meer plaats te vinden. Er is dan ook geen krediet meer nodig. Echter omdat er in de afgelopen jaren wel kosten zijn gemaakt moeten deze afgeboekt worden. Daarmee komen de gehele kapitaallasten weer vrij en worden deze teruggebracht naar de exploitatiemiddelen en gebruikt voor het huurconstruct.
Nieuwe huurlocatie
Binnen sport is er structureel een budget beschikbaar voor Swentibold van € 115.000 per jaar. Doordat er gehuurd gaat worden is het beschikbare (restant)krediet niet meer nodig voor een investering. De kapitaallasten van dit krediet ad € 88.000 vloeien dan weer structureel terug in de exploitatie. Daarmee is er € 203.000 beschikbaar vanuit Sport voor de nieuwe huur. Uitgaande van de jaarlijkse huurverplichting voor de nieuwe locatie van € 0,33 mln. resteert er een tekort in exploitatiemiddelen Sport van ongeveer € 0,13 mln. voor realisatie nieuwe huisvesting voor GV Swentibold. Via deze rapportage stellen we voor deze aanvullende middelen structureel beschikbaar te stellen.
Er wordt nog onderzocht of in dezelfde beweeghal de problematiek met betrekking tot het beweegonderwijs van de basisscholen in Ophoven opgelost kan worden.
8. Gebiedsontwikkeling Fortuna en omgeving
Voorgesteld wordt een bedrag van € 150.000 beschikbaar te stellen om de uitvoeringskracht voor de ontwikkeling van een nieuwe gebiedsvisie te borgen. De middelen worden ingezet om samen met ontwikkelaars de mogelijkheden te onderzoeken om tot nieuwe programma’s te komen voor de invulling van het gebied rondom het Fortuna Sittard stadion.
9.Inzet algemene reserve (resultaat 2025 na bestemming)
In de jaarstukken 2025 hebben wij voorgesteld het resultaat na bestemming van € 0,48 mln toe te voegen aan de algemene reserve. Met het doel dit bedrag in deze rapportage in te zetten ter dekking van het tekort in de jaarschijf 2026.
Ad 2. Overige financiële bijstellingen
Uitgaande van de in deze rapportage voorgestelde begrotingsaanpassingen gaan we onderstaand nader in op de bijstellingen met betrekking tot:
- Ontwikkeling stelpost inflatie
- Overige begrotingsaanpassingen
- Kredietvoteringen
Ontwikkeling stelpost inflatie
Via de P&C-cyclus volgen wij de invloed van loon- en prijsstijgingen op onze begroting. In onze begroting hebben wij middelen gereserveerd om de effecten van deze loon- en prijsstijgingen op te kunnen vangen. Deze middelen zijn gereserveerd op de stelpost inflatie. In onderstaande tabel brengen wij de inzet van deze stelpost in beeld.
In deze rapportage worden een structureel beroep op beschikbare inflatiemiddelen gedaan van afgerond jaarlijks € 5 mln. Voorgesteld wordt deze middelen in te zetten voor onderstaande posten:
Financiële bijdrage voor borging continuïteit jeugdhulp door Mutsaersstichting
Conform raadsbesluit van 29 januari wordt deze bijdrage gedekt uit de beschikbare inflatiemiddelen (stelpost inflatie).
Sociaal domein – Jeugdzorg
De primaire begroting 2026 is opgesteld op basis van prijspeil 2025. In de 1ste rapportage 2026 wordt de begroting bijgesteld naar het prijspeil 2026. Vanuit het Rijk ontvangen wij een compensatie van 2,2% voor prijsinflatie. De kosten voor jeugdhulp worden geïndexeerd met 5,13% op basis van de OVA-PPC-index. De OVA/PPC-index is een landelijk voorgeschreven indexeringsmethodiek in de AMvB reële tarieven met ingang van 1-7-2024 en in de landelijke contractstandaarden.
Sociaal domein - Wmo
De primaire begroting 2026 is opgesteld op basis van prijspeil 2025. In de 1ste rapportage 2026 wordt de begroting bijgesteld naar het prijspeil 2026. Vanuit het Rijk ontvangen wij een compensatie van 2,2% voor prijsinflatie. De kosten voor Wmo worden geïndexeerd op basis van de OVA-PPC-index. De OVA/PPC-index is een landelijk voorgeschreven indexeringsmethodiek in de AMvB reële tarieven met ingang van 1-7-2024 en in de landelijke contractstandaarden. Deze indexpercentages zijn: hulpmiddelen 2,8%, Huishoudelijke hulp, begeleiding en dagbesteding 4,93%, Beschermd Wonen 3,6% en PGB Wmo 4,93%.
De druk op de beschikbare inflatiemiddelen neemt verder toe
Eerder in de P&C-cyclus en in het kennismakingsdocument ‘Sittard-Geleen maken wij samen’ voor de nieuwe raad, hebben wij gerapporteerd over de druk op de beschikbare inflatiemiddelen. In deze rapportage zien we dat deze druk verder toeneemt. Er wordt vanuit het Sociaal Domein (Jeugdzorg, Wmo) voorgesteld in 2026 € 4,3 mln. in te zetten en vanaf 2027 jaarlijks € 4,8 mln. Zoals we eerder al aangaven, blijkt hier nadrukkelijk het knelpunt tussen de inflatiegevolgen waarmee we in onze begroting worden geconfronteerd en de Rijksmiddelen die wij ontvangen om deze gevolgen op te vangen.
Na verwerking van deze voorstellen resteert in 2026 een bedrag van € 2,2 mln. om verdere inflatiegevolgen dit jaar op te kunnen vangen. In 2027 hebben we daarentegen nu al een tekort van € 6,6 mln. Zonder voldoende aanvullende rijksmiddelen via toekomstige circulaires (te beginnen met de meicirculaire 2026) zullen de tekorten toenemen. Voor zover de middelen niet toereikend zijn en/ of tekorten niet opgelost kunnen worden, komen de financiële effecten van de inflatiegevolgen ten laste van de begrotingsruimte.
Het beroep op de inflatiemiddelen zal onverminderd hoog zijn. Denk hierbij onder andere aan:
- De effecten van in 2027 nieuw af te sluiten CAO;
- De effecten uit de begrotingen van onze gemeenschappelijke regelingen;
- De Geopolitieke ontwikkelingen met effecten op energie- en brandstoftarieven;
- De effecten binnen het sociaal domein.
Overige begrotingsaanpassingen
Naast de begrotingsaanpassingen die van invloed zijn op de begrotingsruimte, zijn in hoofdstuk Ontwikkelingen per programma bijstellingen verwerkt die geen invloed hebben op de begrotingsruimte. Het gaat dan bijvoorbeeld over bijstellingen:
- die verrekend worden met een reserve;
- waarbij de verhoging van de lasten wordt gedekt uit de middelen die we hiervoor uit het gemeentefonds hebben ontvangen (taakmutaties). Concreet betreft het:
- taakmutatie werkdrukverlaging ad € 76.000 (programma bestuur en ondersteuning)
- taakmutatie hulpmiddelen ad € 67.000 (programma bestuur en ondersteuning)
- taakmutatie abonnementstarief ad € 350.000 (programma bestuur en ondersteuning)
- waarbij de verhoging van de lasten wordt gedekt uit specifieke rijksmiddelen. Concreet betreft het:
- Preventie met gezag 2026-2029 ad € 1,0 mln. gedekt uit de specifieke uitkering voor dit doel (programma veiligheid)
- Bestuursopdracht netcongestie en prioriteringskader ACM ad € 0,5 mln. gedekt uit de rijkssubsidie CDOKE (programma milieu)
- Financiële bijstelling specifieke uitkering GALA ad € 99.000 (programma sociaal domein)
- die betrekking hebben op de inzet van gereserveerde middelen voor de speerpunten uit de uitvoeringsagenda bestuursperiode 2024-2026. Concreet betreft het:
- Ruimte voor het Mkb ad € 1,7 mln. (programma economie)
Kredietvoteringen
In deze rapportage stellen we voor de volgende kredieten beschikbaar te stellen:
In deze rapportage stellen we voor een aantal investeringskredieten beschikbaar te stellen voor een totaalbedrag van afgerond € 29,6 mln. Onderdeel hiervan zijn kredietvoteringen binnen het Jaarprogramma 2026 Strategisch huisvestingsprogramma onderwijs- en kindfuncties ad € 6,8 mln. De kapitaallasten voor dit programma is binnen de bestaande begroting opgenomen.
In de besluitvorming over de begroting 2026 is voor actief verwervingsbeleid in de periode 2026-2029 jaarlijks een budget beschikbaar gesteld van € 1 mln. De middelen zijn opgenomen in de exploitatie en dienen zowel ter dekking van de met een verwerving gepaard gaande kapitaallasten (investering) als voor de eigenaarslasten (exploitatie) van een verwerving. Hierbij is er geen verdeling bepaald tussen beide onderdelen. Het verwerven van objecten vergt een investering en daarbij horen kredieten, hetgeen een raadsbevoegdheid betreft.Om de besluitvorming uit de begroting administratief te verwerken, stellen we voor een masterkrediet van maximaal € 20 mln. beschikbaar te stellen om locaties te kunnen verwerven. Op basis van de besluitvorming in de begroting 2026 zijn de kapitaallasten binnen de begroting gedekt. Met de kanttekening dat deze kapitaallasten in beginsel voor 4 jaar (tot en met 2029) in de begroting zijn gedekt. Voor zover er na deze periode sprake is van doorlopende kapitaallasten en/of het afdekken van onrendabele toppen doen wij via de P&C-cyclus afzonderlijke dekkingsvoorstellen. Via de P&C-cyclus informeren wij u over de inzet van het masterkrediet.
Ook voor de overige voorstellen tot kredietvotering geldt dat de kapitaallasten binnen de bestaande begroting worden gedekt. De voorstellen tot kredietvotering, inclusief inhoudelijke toelichting, zijn verwerkt op de programmabladen in hoofdstuk 2.
Ad 3. Ontwikkeling begrotingsruimte tot en met de 1ste rapportage 2026
Bij onderdeel 1 ‘samenvatting begrotingsaanpassingen’ hebben wij de bijstellingen uit de 1ste rapportage, die van invloed zijn op de begrotingsruimte in beeld gebracht. In onderstaande tabel hebben wij, rekening houdend met deze begrotingsaanpassingen, de ontwikkeling van de begrotingssaldi in de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 op een rij gezet.
Begrotingsruimte
Structureel begrotingsevenwicht
We zijn de actualisatie van het begrotingsbeeld gestart met de (structurele) begrotingssaldi op basis van de 3de rapportage 2025. Hierbij was sprake van een sluitende jaarschijf 2026 en voordelige (structurele) begrotingsruimte in de jaarschijven 2027 tot en met 2029. Waarbij de omvang van de voordelige saldi in de meerjarenraming afneemt.
Na verwerking van de bijstellingen uit de 1ste rapportage 2026 zien we dat het begrotingsbeeld verslechterd. In de jaarschijven 2026 en 2029 hebben we tekorten van € 0,6 mln. respectievelijk € 0,1 mln. Bij de voordelige begrotingsruimte in 2027 van € 3,9 mln. plaatsen we een kanttekening. Bij het verloop van de stelpost inflatie hebben we gezien dat er na de bijstellingen in de 1ste rapportage sprake is van een tekort van € 6,6 mln. Indien en voor zover dit tekort niet wordt goed gemaakt door aanvullende Rijksmiddelen voor het opvangen van inflatiegevolgen, dienen we dit bedrag binnen de totale begroting op te vangen. In de meerjarenraming 2027 tot en met 2029 is nog steeds sprake van voordelige structurele begrotingsruimte. De omvang van de voordelige bedragen is afgenomen.
Risicoprofiel
Aanvullend op de geactualiseerde financiële cijfers wijzen wij op het risicoprofiel in onze begroting. Aansluitend op eerdere rapportages in de P&C-cyclus en het kennismakingsdocument ‘Sittard-Geleen maken wij samen’ gaat het dan bijvoorbeeld over:
- Terughoudendheid in het Rijksbeleid (voorjaarsnota 2026) ten aanzien van extra financiële middelen voor gemeenten;
- De druk op de beschikbare inflatiemiddelen, onder andere door de geopolitieke verhoudingen;
- De druk op de houdbaarheid in het sociaal domein (hogere inflatiegevolgen dan de rijksmiddelen die we hiervoor ontvangen, oplopende zorgvraag/ zwaarte van de zorgvraag, nadelige ontwikkeling in de BUIG-middelen);
- De toereikendheid van de beschikbare exploitatie- en investeringsbudgetten voor de realisatie huisvestingsdossiers;
- De structurele doorwerking van de kapitaallasten na 2029 als gevolg van onder andere de investeringen in het onderwijshuisvestingsprogramma (Graaf Huyn College en Trevianum);
- De financiële vertaling van ‘Het kompas voor onze tuin’ in programma’s, projecten en beheerplannen kan tot een verhoging van de benodigde onderhoudsbudgetten leiden;
- De financiële vertaling van de actualisatie nota vastgoed op basis van uitgevoerde inspecties kan mede in relatie tot verduurzamingsmaatregelen tot een verhoging van de benodigde onderhoudsbudgetten leiden;
- De extra bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen op basis van de concept begrotingen 2027.
- In de uitvoeringsagenda 2024-2026 (‘speerpunten’) hebben we specifieke activiteiten op een aantal beleidsterreinen aangejaagd, geïntensiveerd dan wel van een impuls voorzien. Hieraan zijn evaluatiemomenten gekoppeld. Bij een positieve evaluatie kunnen deze activiteiten worden voortgezet. Deze continuering maakt onderdeel uit van de integrale afweging van de beschikbare begrotingsruimte.
Hoe verder
Uit de actualisatie van het begrotingsbeeld in deze rapportage en rekening houdend met het geschetste risicoprofiel blijkt dat onze begroting onder druk staat. Om structureel financieel sluitend te zijn en nieuwe ontwikkelingen in gang te kunnen zetten, dienen maatregelen genomen te worden.
De oplossing van de tekorten van € 0,6 mln. in 2026 respectievelijk € 0,1 mln. in 2029 nemen we mee in het vervolg van de P&C-cyclus van dit jaar. Om structureel onze begroting sluitend te krijgen en te houden en tegelijkertijd middelen beschikbaar te hebben voor de ambities uit het coalitieakkoord 2026-2030 betrekken wij in voorbereiding van de kadernota 2027 voorstellen voor een maatregelenpakket. Dit met het doel de balans ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht te borgen. Gezien het risicoprofiel in onze begroting stellen we voor de voordelige saldi in de 2027 van € 3,9 mln. respectievelijk € 0,5 mln. in 2028 vooralsnog aan te houden.