Ga naar de inhoud van deze pagina.
2026 - 1ste Programmarapportage Programmarapportage Versie 1.5

Ontwikkelingen

Participatie en Bestaanszekerheid

Bestaanszekerheid

De ontwikkelingen rondom kosten van energie hebben in de afgelopen jaren geleid tot landelijke en lokale ondersteuningsmaatregelen. Het rijk heeft met de decembercirculaire 2025 extra middelen aan de gemeenten beschikbaar gesteld voor de bestaande lokale aanpak van energiearmoede. In combinatie met de ontvangen data van de huishoudens die gebruik hebben gemaakt van het energienoodfonds maakt dit het mogelijk huishoudens gericht te benaderen, passende ondersteuning te bieden en daarbij gebruik te maken van het bestaande lokale hulpaanbod. Zowel voor inkomensondersteuning als verduurzamingsmaatregelen die de energiekosten kunnen verlagen.

Gezien de actuele ontwikkelingen rondom energiekosten blijft deze aanvullende lokale hulp naast landelijke maatregelen nodig. Ter bekostiging van deze aanvullende lokale hulp zijn deze extra middelen, € 83.000, die het rijk met de decembercirculaire 2025 beschikbaar gesteld heeft, opgenomen in deze programmarapportage. De verwachting is dat in het voorjaar van 2026 aanvullende middelen voor 2026 beschikbaar worden gesteld.

Wmo

De ontwikkelingen in de Wmo worden vooral bepaald door twee grote beleidswijzigingen die in de Voorjaarsnota 2026 zijn aangekondigd:

  • De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. Deze invoering is uitgesteld naar 1 januari 2028 vanwege vertraging in de parlementaire behandeling.
  • Het voornemen om huishoudelijke hulp uit de Wmo te halen. Hoewel dit pas voor 2029 gepland staat, beïnvloedt het beleidstraject al de keuzes in 2028. Het kabinet is voornemens de huishoudelijke hulp met ingang van 2029 uit de Wmo halen, met een vangnet voor wie het niet zelf kan betalen. Hiervoor staat een korting van € 1,01 miljard landelijk op het gemeentefonds ingeboekt. De vraag is of dit bedrag voldoende ruimte laat voor een vangnet.

Beide maatregelen hebben grote gevolgen voor gemeenten én inwoners.

Jeugdwet

De belangrijkste ontwikkelingen in de jeugdzorg in 2026 hebben betrekking op drie grote bewegingen: nieuwe wetgeving, regionale samenwerking en toezicht en verbeteringen in arbeidsvoorwaarden en werkdruk.

De eerste kamer heeft in oktober 2025 ingestemd met de Wet Verbetering Beschikbaarheid Jeugdzorg (Wvbj). Deze nieuwe wetgeving heeft vanaf 2026 grote gevolgen voor de organisatie van (hoog)gespecialiseerde jeugdzorg. De belangrijkste veranderingen zijn:

  • Verplichte regionale samenwerking. Gemeenten moeten specialistische jeugdzorg voortaan gezamenlijk inkopen. Dit moet zorgen voor betere spreiding en beschikbaarheid van zorg. In de regio Zuid-Limburg wordt al op regionale schaal samengewerkt en door de nieuwe wetgeving kan deze samenwerking verder worden verbeterd en geoptimaliseerd.
  • Minder administratieve lasten. Er moet meer uniformiteit worden aangebracht in gegevensregistratie, zodat wachtlijsten en knelpunten beter zichtbaar worden gemaakt.
  • Betere borging van continuïteit van zorg.

De Nza zet vanaf 1 januari 2026 de Monitor Jeugdzorg Plus voort met als ambitie om deze monitor verder uit te breiden. Het doel is om beter zicht te krijgen op alternatieven van gesloten jeugdhulp, het ondersteunen van de gecontroleerde afbouw van de Jeugdzorg Plus capaciteit en om de datakwaliteit en het inzicht in vraag en aanbod te verbeteren.

In maart 2026 is een nieuwe Cao Jeugdzorg afgesloten voor de periode 2026-2027. De nieuwe salaristabellen treden met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2026. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over: een nieuwe RVU-regeling voor zware beroepen, acties tegen werkdruk, agressie tegen zorgpersoneel en meer werkplezier in de jeugdzorg. Er wordt ingezet op versterking van duurzame inzetbaarheid van zorgpersoneel. Dit heeft als gevolg dat de indexatie van de tarieven ambulant bedraagt € 5,13% en dat de indexatie van de tarieven verblijf bedraagt 5,03%.

De Hervormingsagenda Jeugd blijft ook in 2026 richtinggevend. Bovengenoemde ontwikkelingen zijn sterk verbonden met de Hervormingsagenda Jeugd (2023-2028). De focus blijft op: passende hulp op de juiste plek door de juiste zorgprofessional, verminderen van de wachtlijsten, betere samenwerking tussen gemeenten en zorgaanbieders. En het streven naar een financieel beheersbaar jeugdstelsel.