Ga naar de inhoud van deze pagina.
2026 - 1ste Programmarapportage Programmarapportage Versie 1.5

Warmtenet Zuid-Limburg

Tien Zuid-Limburgse gemeenten onderzoeken samen met de Provincie Limburg en Enpuls Warmte Infra (Enexis Groep) de mogelijkheid om een warmtenet in Zuid-Limburg aan te leggen. Het doel hiervan is om tienduizenden woningen en gebouwen in Zuid-Limburg betaalbaar en duurzaam te verwarmen met de restwarmte van industriepark Chemelot. Warmtenet Zuid-Limburg is een project dat op grote schaal kan bijdragen aan de klimaatdoelstellingen, de betaalbaarheid van de warmtevoorziening in Zuid-Limburg en aan een duurzamere toekomst voor de regio.

Momenteel loopt fase 3 van dit onderzoek waarbij het warmtenet wordt uitgewerkt voor het Proof of Concept (PoC) gebied Zuid Geleen (circa 4000 woningen). Uiteindelijk resultaat van fase 3 is een investeringsvoorstel eind van dit jaar.

Het doel is te komen tot een op hoofdlijnen uitgewerkte businesscase voor Zuid Geleen. Deze businesscase moet zowel financieel haalbaar zijn als maatschappelijk rendement opleveren. Daarbij wordt specifiek gekeken naar een aanbod dat aantrekkelijk is voor particuliere kleinverbruikers. De gemeente Sittard-Geleen neemt hierin een regierol en stelt hiervoor het Warmte Uitvoeringsplan op. Dit plan vormt de basis voor de communicatie en besluitvorming rondom de aansluiting van particuliere kleinverbruikers op het warmtenet.

Bronzekerheid (restwarmte Chemelot) is een belangrijk aandachtspunt voor WZL. De beoogde hoofdbron voor WZL Fase 4 is op dit moment SABIC, Olefins 4. Inmiddels is duidelijk geworden dat het beperkt mogelijk is om lange termijn zekerheid te geven over de continuïteit van de hoofdbron. Daarom wordt gewerkt aan een bronnenstrategie waarin meerdere bronnen worden onderzocht.

Een aantal kansrijke achtervangbronnen is binnen industriepark Chemelot geselecteerd voor dit onderzoek.

Er is een schetsontwerp (SO) gemaakt voor het warmtesysteem. Het netwerk loopt van industriepark Chemelot via een warmtehub naar het transport- en distributienet. De warmtehub bevat een piek- en back-upvoorziening. Het distributienet levert hiermee warmte aan gebouwen in Zuid Geleen (PoC A en B). Dit ontwerp vormt de basis voor de eerste businesscase.

Belangrijk voor de haalbaarheid is dat enkele van de meest cruciale risico’s (naast het bronrisico) die momenteel zijn geïdentificeerd, worden gemitigeerd, dit zijn:

  • De onzekerheid over de inwerkingtreding van de Wet collectieve warmte (Wcw) en de impact op het project.
  • De rendementseisen van financiers in relatie tot de uitkomsten van de businesscase.
  • Het aantrekken van voldoende financiering voor de ontwikkeling van het warmtenet.
  • Het verkrijgen van de noodzakelijke vergunningen voor de realisatie en aanleg.

Voor elk van deze risico’s worden passende beheersmaatregelen en mitigerende acties uitgewerkt om de voortgang en haalbaarheid van het project te waarborgen. Om de haalbaarheid van de businesscase voor het warmtebedrijf te vergroten worden de investerings- en exploitatiesubsidies en fiscale voordelen geïnventariseerd:

Er is een eerste businesscase (hierna: BuCa) opgesteld. Deze is gebaseerd op een Schets Ontwerp van het warmtenet, dat wil zeggen dat de investeringen een afwijking kunnen hebben van ± 40%. Ook is de BuCa gebaseerd op een veelheid van aannames die gedurende het ontwikkeltraject verder worden ingevuld en aangescherpt. Uitgangspunt is dat de BuCa sluitend is tegen een maatschappelijk rendement, waarbij risico’s voldoende zijn gemitigeerd. Op dit moment kom uit de businesscase een zogenoemde onrendabele top. Als mitigerende acties wordt momenteel onderzocht met welke subsidies of andere mogelijkheden deze onrendabele top kan worden weggewerkt. Met het opstellen van de BuCa is duidelijk geworden dat het een uitdaging is om een rendabel warmtenet te realiseren. In de komende periode zal de BuCa verder uitgewerkt worden om een duidelijker beeld te krijgen op de financiële resultaten van WZL, inclusief de effecten van geïnventariseerde subsidies.

Inmiddels is de concept aandeelhouderstructuur voor het op te richten warmtebedrijf richtinggevend vastgesteld. In deze structuur wordt uitgegaan van een Regionaal Warmte Bedrijf (RWB), waar op termijn meerdere warmtenetprojecten, waaronder WZL, in ondergebracht kunnen worden. Voor dit RWB worden drie aandeelhouders voorzien; Energie Beheer Nederland (EBN), Enpuls en een nog op te richten gezamenlijk B.V. van overheden. In deze “overheids-BV” kunnen gemeenten en provincie toetreden. Gemeenten zullen pas toetreden als aandeelhouder wanneer het warmtenet ook in de betreffende gemeente gerealiseerd gaat worden. Om de deelname van EBN te formaliseren wordt met het Ministerie van KGG een intentieovereenkomst ondertekend.

Doorkijk Fase 3 (komende maanden)

Aanvullend aan de bovenstaande punten wordt er de komende maanden (tot aan de zomer) gewerkt aan:

  • verdere uitwerking van de bronnenstrategie;
  • verdere uitwerking van het ontwerp van het warmtenet en warmteoverdrachtstations(s);
  • uitwerken van het aanbod voor klanten (warmteafnemers);
  • verdieping van de businesscase en financieringsmogelijkheden;
  • opstellen van een warmte-uitvoeringsplan in het PoC-gebied (Zuid Geleen), waarvan WZL een onderdeel is (inclusief bijbehorende communicatie en participatie).

Stand van zaken 1 mei 2026

In 2025 is verder doorgewerkt aan de uitwerking van fase 3. Eind 2025 bleek dat op de onderdelen bronnenstrategie en businesscase nog niet voldoende voortgang is geboekt om een besluit te kunnen nemen over de start van de vervolgfase (tot aan investeringsvoorstel). Eind 2025 is daarom besloten om de eerste helft van 2026 met name in te zetten op deze twee onderdelen.

Op de overige onderdelen van Fase 3 is overigens wel voldoende voortgang geboekt.

De bronnenstrategie was voor een groot deel geënt op de warmtebronnen bij Chemelot (primaire bron en achtervangbronnen). In de projectperiode is de (onzekere) toekomstige positie van de chemie in Nederland en de consequenties hiervan voor de leveringszekerheid van warmte een meer prominente rol gaan spelen. Daarom wordt een bronnenmix uitgewerkt die uitgaat van een bredere inzet van warmtebronnen. Basis voor deze bronnenmix blijft Chemelot, maar deze is aangevuld met bronnen buiten Chemelot, waaronder meerdere tijdelijke bronnen en Thermische Energie uit Mijngangen (TEM). Er is nog geen besluit genomen over de haalbaarheid van deze bronnenmix.

De businesscase voor het gebied Zuid Geleen is opgesteld. Het rendement is nog niet voldoende om te voldoen aan het door ACM gestelde redelijke rendement (van 4,9% ). Er zijn mogelijkheden om het resultaat te verbeteren, deze worden verder uitgewerkt. Relevant is dat bij vergelijkbare ontwikkelingen van warmtenetten in de bestaande bouw in Nederland het behalen van een redelijk rendement ook een probleem is. Daarom wordt landelijk, met name vanuit het Ministerie, gekeken naar de inzet van aanvullende financiering en subsidiemogelijkheden. Er ligt nog geen sluitende businesscase tegen een redelijk rendement en er resteert een onrendabele top.

Fase 3 loopt af op 1 juli 2026, op 10 juni 2026 neemt de stuurgroep een besluit over het vervolg.