Inleiding en aanleiding
De gemeente Sittard-Geleen staat, net als andere gemeenten, voor een toenemende en structurele weerbaarheidsopgave. De samenleving wordt in toenemende mate geconfronteerd met uiteenlopende vormen van maatschappelijke ontwrichting, zoals langdurige stroomuitval, cyberincidenten, hybride dreigingen, klimaat gerelateerde crises en pandemieën. Deze gebeurtenissen hebben directe en voelbare gevolgen voor inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en vitale voorzieningen in de gemeente.
De impact van dergelijke crises manifesteert zich uiteindelijk altijd op lokaal niveau. Inwoners zijn afhankelijk van continuïteit van gemeentelijke dienstverlening, betrouwbare informatievoorziening en een goed functionerende sociale infrastructuur.
Tegelijkertijd neemt de afhankelijkheid van digitale systemen en complexe ketens toe, waardoor verstoringen sneller en breder kunnen doorwerken in het dagelijks leven. Dit vraagt van gemeenten niet alleen een goede voorbereiding op acute crisissituaties, maar ook aandacht voor langdurige verstoringen en herstel.
Scope
Het programma Weerbaarheid richt zich op drie samenhangende pijlers: bedrijfscontinuïteit van de gemeentelijke organisatie, weerbaarheid van de samenleving en noodsteunpunten. Deze pijlers vormen gezamenlijk het kader waarbinnen de gemeente Sittard-Geleen invulling geeft aan haar weerbaarheidsopgave en zorgen voor samenhang tussen interne voorbereiding, maatschappelijke veerkracht en concrete voorzieningen voor inwoners.
Binnen elke pijler worden één of meerdere concrete projecten uitgevoerd. Deze projecten zijn gericht op het realiseren van tastbare resultaten en praktische verbeteringen, in plaats van uitsluitend beleidsontwikkeling. De projecten verschillen in aard en tempo, maar zijn onderling afgestemd zodat zij elkaar versterken en bijdragen aan een integraal beeld van weerbaarheid binnen de gemeente.
De focus van het programma ligt op alle fasen van weerbaarheid: voorbereiding, uitvoering, testen en borging. In de voorbereidingsfase worden risico’s, afhankelijkheden en randvoorwaarden in kaart gebracht. In de uitvoeringsfase worden maatregelen daadwerkelijk ingericht en geïmplementeerd. Door het testen en oefenen van processen, voorzieningen en samenwerkingsafspraken wordt inzicht verkregen in de werking en de kwetsbaarheden daarvan. De laatste fase is gericht op borging, waarbij succesvolle werkwijzen en voorzieningen structureel worden verankerd in beleid, organisatie en samenwerking.
Het programma kent een looptijd van twee jaar en is nadrukkelijk tijdelijk van aard. Binnen deze periode wordt toegewerkt naar een situatie waarin de belangrijkste onderdelen van de weerbaarheidsaanpak zijn ingericht, beproefd en overdraagbaar zijn aan de reguliere organisatie. Hiermee wordt een basis gelegd voor verdere doorontwikkeling en structurele verankering van weerbaarheid na afloop van het programma.
Pijler 1 Bedrijfscontinuïteit
Deze pijler richt zich op het waarborgen van de continuïteit van de gemeentelijke organisatie tijdens crises en langdurige verstoringen. Centraal staat het inzichtelijk maken van alle processen en het bepalen welke daarvan cruciaal zijn voor de dienstverlening aan inwoners en partners. Op basis daarvan wordt Business Continuity Management (BCM) praktisch ingericht, met aandacht voor randvoorwaarden zoals noodstroom, alternatieve werkplekken en minimale personele bezetting. Ook wordt gekeken naar afhankelijkheden van leveranciers en ketenpartners, zodat kwetsbaarheden worden verkleind. Door maatregelen te testen en te oefenen, wordt de organisatie beter voorbereid op verstoringen en in staat gesteld om wendbaar te handelen. Uiteindelijk worden de werkwijzen en verantwoordelijkheden structureel geborgd in de reguliere organisatie, zodat continuïteit blijvend is verzekerd.
Aanvulling: Informatieveiligheid en ICT was voorheen een zelfstandig dossier, maar is nu integraal onderdeel van het programma Weerbaarheid, omdat digitale verstoringen direct impact hebben op de continuïteit van gemeentelijke processen.
Doordat dienstverlening en contact met inwoners en bedrijven steeds verder digitaliseren, neemt ook de kwetsbaarheid voor cyberaanvallen toe. De intensiteit en impact van deze aanvallen groeien, waardoor cyberweerbaarheid een essentieel onderdeel is van bedrijfscontinuïteit. Verstoringen kunnen langdurige gevolgen hebben voor zowel de gemeentelijke organisatie als haar ketenpartners.
De gemeente investeert daarom continu in zowel technische als organisatorische maatregelen. In 2025 is nieuwe beveiligingssoftware aanbesteed en geïmplementeerd. Daarnaast is er extra aandacht voor bewustwording rondom informatieveiligheid, waarbij de menskant centraal staat: gebruikers vormen immers een belangrijke risicofactor.
De ENSIA-audit 2025 is grotendeels positief afgerond. Verbeterpunten worden structureel opgepakt en meegenomen in de verdere versterking van de digitale weerbaarheid binnen deze pijler.[RD1.1]
Pijler 2 Weerbare samenleving
Deze pijler is gericht op het versterken van de weerbaarheid van inwoners, met extra aandacht voor kwetsbare groepen. De gemeente zet in op het vergroten van zelfredzaamheid en samenredzaamheid, zodat inwoners beter in staat zijn om zich voor te bereiden op en om te gaan met crises. Dit gebeurt onder andere door het in kaart brengen en versterken van bestaande wijknetwerken en sociale structuren. Daarnaast wordt ingezet op voorlichting en bewustwording, zodat inwoners weten wat zij zelf kunnen doen in noodsituaties. Er is ook aandacht voor alternatieve communicatiemiddelen, zodat informatievoorziening doorgaat bij uitval van digitale systemen. Tot slot richt deze pijler zich op mentale weerbaarheid en het omgaan met onzekerheid en desinformatie. Door deze inzet ontstaat een samenleving die schokken beter kan opvangen en sneller herstelt.
Pijler 3 Noodsteunpunten
Binnen deze pijler wordt gewerkt aan de realisatie van een netwerk van noodsteunpunten verspreid over de gemeente. Dit zijn laagdrempelige locaties waar inwoners tijdens crises terechtkunnen voor informatie, ondersteuning en indien nodig basisvoorzieningen. De ontwikkeling start met een pilot in samenwerking met de Veiligheidsregio Zuid-Limburg, waarbij ervaring wordt opgedaan en aangesloten wordt op regionale en landelijke ontwikkelingen. Vervolgens worden geschikte locaties geselecteerd en voorbereid, zoals wijkcentra of sportaccommodaties. Er wordt duidelijk vastgelegd welke functies de noodsteunpunten hebben en hoe zij opschalen afhankelijk van de situatie. Belangrijk is dat deze locaties ook functioneren bij uitval van elektriciteit en digitale systemen, bijvoorbeeld door noodstroom en alternatieve communicatiemiddelen. Door te oefenen en te evalueren worden de noodsteunpunten doorontwikkeld en uiteindelijk structureel geborgd.
Planning en fasering
Het programma Weerbaarheid loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027. De looptijd van twee jaar is bewust gekozen om te komen tot een zorgvuldige opbouw, uitvoering en borging van maatregelen, met voldoende ruimte om te leren, te testen en bij te sturen.
In 2026 ligt de nadruk op de opbouwfase. In dit jaar worden de belangrijkste randvoorwaarden ingericht, pilots uitgevoerd en netwerken opgebouwd. Voor alle drie de pijlers betekent dit dat eerst inzicht wordt verkregen in bestaande structuren, processen en afhankelijkheden, waarna concrete maatregelen worden uitgewerkt en geïmplementeerd. Voor pijler 3 start in dit jaar de pilot noodsteunpunten in samenwerking met de Veiligheidsregio Zuid-Limburg.
In 2027 verschuift de focus naar testen, oefenen en borging. De ingezette maatregelen worden beproefd in de praktijk, onder andere door oefeningen en simulaties. Op basis van de opgedane ervaringen worden verbeteringen doorgevoerd. In deze fase wordt toegewerkt naar structurele inbedding van de resultaten in de reguliere organisatie, samenwerkingsafspraken en werkwijzen, zodat de weerbaarheidsaanpak duurzaam wordt geborgd.