Toelichting algemeen en trendanalyse
De (gesaldeerd) voor het programma beschikbare gelden betreft de dekking voor de lasten van de overige programma’s. De totale baten bestaan voornamelijk uit de diverse uitkeringen van het gemeentefonds en belastingenontvangsten in het kader van OZB en overige belastingen. De belangrijkste uitgavenposten betreffen kosten overhead. Hierin zijn de budgetten opgenomen die verband houden met de bedrijfsvoering. Het gaat om de uitvoering van de volgende taken: personeel en organisatie, financiën, inkoop, facilitaire zaken en huisvesting, automatisering en dataservices en communicatie. Daarnaast worden ook de budgetten die direct verband houden met de gemeentelijke bestuursorganen (college, raad) en de directe ondersteuning hiervan geboekt. Binnen het taakveld burgerzaken is er een verscheidenheid van wettelijke verplichtingen. De uitvoering hiervan is georganiseerd binnen de stadswinkel (onder andere burgerzaken en klantcontactcentrum).
De stijging van de beschikbare structurele gelden zijn met name het gevolg van de autonome ontwikkelingen uit de meicirculaire. Het positieve resultaat van de meicirculaire 2022 wordt voornamelijk bepaald door het herverdeeleffect van het nieuwe verdeelmodel, accresontwikkeling (samen de trap of, samen de trap af), en opschorten opschalingskorting 2023-2025. In de accresontwikkeling zitten ook bedragen opgenomen welke bestemd zijn om de stijgende prijsontwikkeling en inflatie op te vangen, zodoende worden deze toegevoegd aan de stelpost inflatie. Vanaf 2026 wordt de koppeling tussen rijksuitgaven en accresontwikkeling losgelaten waardoor er sprake is van een forse daling van de inkomsten en er gesproken wordt over het “ravijnjaar” 2026.