Ga naar de inhoud van deze pagina.
Programmabegroting 2023 Versie 1.1

Vertreksituatie

Vertreksituatie

In relatie tot de P&C-cyclus in het algemeen en onze financiën in het bijzonder streven wij naar een duurzaam en solide financieel beleid met voldoende veerkracht. Deze financiële veerkracht heeft betrekking op wendbaarheid en weerbaarheid. Met andere woorden: hebben wij voldoende middelen om uitvoering te geven aan ambities en beschikken wij over middelen om tegenvallers op te kunnen vangen?

Mede door de uitvoering van ombuigingsprogramma, vastgesteld in de programmabegroting 2019, zijn wij in staat geweest om vanaf de begroting 2020 het structureel evenwicht te borgen. Voor het provinciaal toezicht was dit aanleiding om na 2 jaar preventief toezicht, vanaf de begroting 2020 weer repressief toezicht toe te passen. Uit het eind 2020 uitgevoerde financieel verdiepingsonderzoek bleek dat onze financiële positie voldoende basis biedt om meerjarig repressief toezicht toe te passen.

Na jaren van ombuigen, hadden wij in de begroting 2021 financiële ruimte om vooruit te kijken. We hebben een meerjarig investerings- en exploitatieprogramma 2021-2024 vastgesteld waar we uitvoering aan geven. Vervolgens is in de begroting 2022 de beschikbare financiële ruimte van ruim € 3,6 mln. ingezet om de beoogde beleidsmatige verhoging 2022 van de OZB voor woningen in 2022 en 2023 niet door te voeren, de hondenbelasting in 2022 en 2023 te halveren, een stimuleringsfonds voor het mkb in stellen, inwoners een voucher voor het milieupark te verstrekken en daarnaast incidentele middelen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van de Toekomstvisie 2030/ ontwikkelpaden.

Daarnaast hebben wij in de afgelopen jaren getracht de gevolgen van de coronacrisis voor onze inwoners, ondernemers en instellingen zoveel mogelijk te beperken. Dit door de rijksmiddelen uit de steunpakketten zo gericht mogelijk in te zetten.