Jaarlijks beoordeelt de provincie in het kader van haar toezichthoudende rol onze begroting. Daarnaast heeft zij eind 2020 het financieel verdiepingsonderzoek uitgevoerd. In dit 4-jaarlijkse onderzoek wordt onze financiële functie en financiële positie onderzocht. Op basis van dit onderzoek heeft onze provinciale toezichthouder besloten om ons meerjarig repressief toezicht te verlenen. Wij voldoen aan de voorwaarden voor repressief toezicht, met name het borgen van een structureel en reëel sluitende begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025. Én blijkt uit het onderzoek dat onze financiële positie en functie momenteel voldoende basis biedt voor meerjarig repressief toezicht. Meerjarig repressief toezicht betekent dat wij tot en met 2023 onze begroting en begrotingswijzigingen niet vooraf ter goedkeuring hoeven voor te leggen. Het Provinciebestuur maakt hierbij een voorbehoud dat op de meerjarige uitspraak kan worden teruggekomen indien onze financiële situatie door in- of externe ontwikkelingen ontspoord raakt.
Op basis van de beoordeling van de begroting 2022 heeft het provinciebestuur een aantal aanbevelingen gedaan. Naast algemene aandachtspunten betreft het een aantal aandachtspunten die specifiek op onze gemeente van toepassing zijn. De belangrijkste aandachtspunten hebben wij onderstaand op een rij gezet, inclusief de opvolging op de specifieke aandachtspunten.
|
SPECIFIEKE AANDACHTSPUNTEN |
|
|
Onderwerp |
Opvolging |
|
Monitoren voortgang ombuigingen (raming onderuitputting op begrotingsbasis is niet meer toegestaan) |
Via de P&C-cyclus rapporteren wij over de realisatie van de ombuigingen. In de begroting/ jaarrekening via een afzonderlijke paragraaf; in de 1e/ 3de rapportage als onderdeel van de ‘grote dossiers’. |
|
In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen rapporteren over de inzet van de (extra) exploitatie en investeringsmiddelen Ibor. |
Onderwerp wordt meegenomen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting/ jaarrekening. |
|
Toepassen van de begrotingskaders (ambitieniveau, omvang investeringsprogramma) |
Het naleven van de begrotingskaders (raadsbesluit 28 maart 2019) is onderdeel van de uitgangspunten voor het opstellen en uitwerken van onze P&C-producten. |
|
Aandacht voor de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen (impact renteontwikkelingen; flexibiliteit begroting) |
In de paragraaf weerstandsvermogen (begroting – jaarrekening) sturen wij op de ontwikkeling van de financiële kengetallen, waaronder de ontwikkeling van de solvabiliteit. Wij hanteren hierbij de driedeling in streefwaarden conform besluitvorming over de begroting 2022. |
|
Aandachtspunten uit financieel verdiepingsonderzoek (2020) |
In de raadsvergadering van 27 januari 2022 ist het Water en klimaatadaptatieplan door de raad vastgesteld. |
|
Toepassing handreiking structurele en incidentele baten en lasten |
Vroegtijdig in de voorbereiding van de begroting 2023 toetsen wij onze begroting op structurele en incidentele posten. Wij maken hierbij gebruik van genoemde handreiking. Tevens stellen wij conform advies van de accountant naar aanleiding van de interimcontrole een position paper op over structurele en incidentele baten en lasten. De resultaten stemmen wij in een vroegtijdig stadium ambtelijk af met de toezichthouder. |
|
Continue monitoring en administratie van extra lasten en gederfde baten door COVID-19 |
In de uitwerking van onze P&C-producten worden de financiële effecten al gevolg van Covid-19 afzonderlijk inzichtelijk gemaakt en verrekend met de beschikbare coronamiddelen. Wij hebben hiervoor de (resterende) middelen uit de ontvangen steunpakketten gereserveerd. |
In de brief ‘Aandachtspunten begroting 2023’ van 12 april jl. benadrukt het provinciebestuur onze verantwoordelijkheid om de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024 tot en met 2026 structureel en reëel in evenwicht te houden of te brengen. Gezien de ontwikkelingen rondom de gemeentefinanciën met de tekorten die gemeenten in het ‘ravijnjaar 2026’ hebben, zal een tekort in 2026 echter niet van invloed zijn op de toezichtsvorm.