Ga naar de inhoud van deze pagina.
2025 - 3e Programmarapportage versie 2.0 2025-12-05

Actualisatie begrotingsbeeld

Algemeen

In de 2de rapportage 2025/ begroting 2026 hebben wij onze begroting voor het laatst bijgesteld. Met de begrotingssaldi uit deze P&C-producten als vertrekpunt, zijn wij de voorbereiding van de 3de rapportage 2025 gestart.

In het onderdeel 'Ontwikkelingen per programma' geven we per programma inzicht in de financiële bijstellingen van de begrotingsposten binnen het programma. Voor de verwerking van financiële bijstellingen passen wij onze begrotingskaders toe. Dit betekent dat we de opgenomen bijstellingen niet binnen het taakveld of betreffende programma kunnen oplossen. Met andere woorden, de oplossing van met name de nadelige aanpassingen vindt plaats via de totale begroting.

In dit verband merken wij op dat, passend binnen het karakter van een uitzonderingsrapportage, nadelige aanpassingen die binnen het product of programma worden opgelost, niet in deze rapportage zijn opgenomen. Daarnaast zijn voorstellen opgenomen die geen effect hebben op het begrotingssaldo. Bijvoorbeeld omdat een bijstelling van een begrotingspost voor loon- en prijsstijgingen wordt gedekt uit de gereserveerde inflatie middelen.

We starten de actualisatie van onze begroting 2025 met de begrotingssaldi uit de vastgestelde 2de rapportage 2025/ begroting 2026. Voor een zo goed mogelijk inzicht in de ontwikkeling van onze financiële positie betrekken wij de volgende onderdelen in de actualisatie van het begrotingsbeeld:

  1. Begrotingsaanpassingen 3de rapportage 2025;
  2. Financiële ontwikkelingen;
  3. Ontwikkeling begrotingssaldi tot en met de 3de rapportage 2025.

Deze onderdelen worden in het vervolg van dit hoofdstuk verder uitgewerkt.

Leeswijzer tabellen

Voor de leesbaarheid van de financiële tabellen plaatsen wij enkele opmerkingen:

  • Bedragen zijn weergegeven in duizendtallen, tenzij anders is aangegeven;
  • Bedragen met een ‘+’ hebben een positieve invloed op het begrotingssaldo; bedragen met een ‘-‘ hebben een negatieve invloed op het begrotingssaldo;
  • Tussen de verschillende overzichten kan sprake zijn van minimale afrondingsverschillen.

Ad 1 Samenvatting begrotingsaanpassingen

In hoofdstuk 2 ‘Ontwikkelingen per programma’ geven wij per programma inzicht in de ontwikkeling van de budgetten en de voorstellen tot bijstelling van deze budgetten. In onderstaande tabel hebben wij de saldi van de budgetten per programma samengevat.

Tabel 1 – samenvatting programmasaldi

Programmasaldi bedragen x € 1.000 Oorspronkelijke begroting 2025 Goedgekeurde bijstellingen 2025 Actuele begroting 2025 Bijstelling Prorap 2025 Begroting na bijstelling 2025 Bijstelling 2026 Bijstelling 2027 Bijstelling 2028 Bijstelling 2029

(a)

(b)

(c=a+b)

(d)

(e=c+d)

(f)

(f)

(f)

(f)

BESTUUR & ONDERSTEUNING

            242.378

             10.338

     252.716

          8.410

         261.126

      3.250

      2.517

      1.361

         492

VEILIGHEID

             -17.427

                   -59

      -17.486

            -299

          -17.784

          -22

          -47

          -47

          -47

VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT

             -27.228

                  454

      -26.774

          2.748

          -24.026

        -138

        -146

        -146

        -146

ECONOMIE

                -6.844

              -4.002

      -10.846

        -4.472

          -15.318

     -1.612

     -1.097

        -100

        -100

SPORT, CULTUUR EN GROEN

             -36.285

              -5.767

      -42.052

        -2.249

          -44.301

        -330

        -132

        -132

        -132

SOCIAAL DOMEIN

           -152.315

                  734

    -151.580

        -3.913

        -155.493

     -2.933

     -1.031

     -1.076

          -54

MILIEU

                 4.478

                 -343

          4.134

             354

              4.489

         303

         303

         303

         303

WONEN, OMGEVINGSBELEID EN STEDELIJKE ONTWIKKELING

                -6.537

                 -453

        -6.991

             725

             -6.266

          -10

          -10

          -10

          -10

Totaal

                    218

                  903

          1.121

          1.305

              2.426

     -1.493

         357

         152

         305


Leeswijzer tabel 1:

De actuele begroting (kolom c) fungeert als vertrekpunt voor de actualisatie van de budgetten. De actuele begroting wordt bepaald door de oorspronkelijke begroting (kolom a) en de begrotingswijzigingen die sindsdien zijn verwerkt (kolom b). Deze begrotingswijzigingen hebben betrekking op administratieve, budgettair neutrale wijzigingen en de aanpassingen uit de 1ste en 2de rapportage 2025. De voorstellen tot bijstellingen van de budgetten in deze rapportage zijn zowel voor 2025 (kolom d) als de jaren 2026-2029 (kolom f) weergegeven. Kolom e geeft inzicht in de actuele begroting 2025, inclusief de bijstellingen uit de 3de rapportage 2025.

De bedragen in de kolommen (a), (c) en (e) zijn saldobedragen; het verschil tussen de totale baten en lasten van het programma. Voor programma 0 betreft dit een positief saldo - de baten zijn hoger dan de lasten -, omdat hier de inkomsten uit het gemeentefonds en de belastingen worden verantwoord. Ook programma 7 heeft door de opbrengsten uit de afval- en rioolheffing een positief saldo. De overige programma’s hebben een negatief saldo - de lasten zijn hoger dan de baten -. Op deze programma’s worden naast specifieke inkomsten de lasten verantwoord om het programma uit te kunnen voeren. De bedragen in de kolommen (d) en (f) hebben betrekking op het totaal van de bijstellingen op het programma. Een positief bedrag heeft een voordelig effect op het begrotingssaldo; een negatief bedrag heeft een nadelig effect op het begrotingssaldo.

Toelichting tabel 1:

Uit de tabel blijkt dat wij de actualisatie van ons begrotingsbeeld - op basis van de actuele begroting – zijn gestart met een voordelig begrotingssaldo in 2025 van € 1,1 mln. Het totaal aan bijstellingen in deze rapportage bedraagt in 2025 € 1,3 mln. voordelig. Na verwerking van de bijstellingen in deze rapportage is het begrotingssaldo in 2025 € 2,4 mln. voordelig. De bijstellingen in de jaarschijf 2026 hebben een nadelig effect van € 1,5 mln., gevolgd door voordelige bijstellingen in de daaropvolgende jaarschijven van respectievelijk € 0,4 mln. in 2027, € 0,2 mln. in 2028 en € 0,3 mln. in 2029.

In de volgende tabel geven wij een toelichting op de belangrijkste voorstellen tot begrotingsaanpassing. Het betreft bijstellingen die van invloed zijn op het begrotingssaldo. Conform onze bepalingen in de financiële verordening worden alle bijstellingen > € 200.000 afzonderlijk gepresenteerd. Posten onder dit bedrag worden samengevoegd, tenzij posten zijn gekoppeld aan een structurele bijstelling. Voor een volledig inzicht in de voorgestelde bijstellingen per programma, inclusief inhoudelijke toelichting, verwijzen wij u naar het onderdeel “Ontwikkelingen per programma van deze rapportage. Hier zijn ook de voorstellen tot aanpassing opgenomen die geen invloed hebben op het begrotingssaldo; de budgettair neutrale aanpassingen.

Tabel 2 – begrotingsaanpassingen


Financiële bijstellingen 3de rapportage 2025 bedragen x € 1.000 2025 2026 2027 2028 2029 I/S

1

Financiering

977

I

2

Vrijval vouchers milieuparken

314

I

3

Calamiteiten Tudderenderweg

-305

I

4

Vrijval restant budget energietoeslag

646

I

5

Kredietbank Limburg - afwikkeling 2024

564

I

6

Correctie applicaties Suite - Coda

388

I

7

Middelencomplex BUIG

-1.150

-1.753

I/S

8

Trajecten Vidar

-240

I

9

Septembercirculaire 2025

407

317

204

9

S

10

Correctie gemeentelijke bijdrage Vidar

343

I

11

Motie armoedebestrijding

-138

-138

-138

-138

S

12

Posten < € 0,2 mln.

111

-9

178

86

91

I/S

Saldo financiële bijstellingen 3de rapportage 2025

1.305

-1.493

357

152

305


Leeswijzer/ toelichting:

In bovenstaande tabel hebben wij de voorstellen tot begrotingsaanpassing opgenomen die van invloed zijn op het begrotingssaldo. Positieve bedragen hebben een voordelig effect op het begrotingssaldo; negatieve bedragen hebben een nadelig effect. Uit de tabel blijkt dat met uitzondering van 2026 het totaal aan begrotingsaanpassingen in alle jaarschijven voordelig is. Het totaal aan bijstellingen is in 2025 € 1,3 mln. voordelig. De bijstellingen in de jaarschijf 2026 hebben een nadelig effect van € 1,5 mln., gevolgd door voordelige bijstellingen in de daaropvolgende jaarschijven van respectievelijk € 0,4 mln. in 2027, € 0,2 mln. in 2028 en € 0,3 mln. in 2029.

Bij de uitwerking van onderdeel 3 ‘Ontwikkeling begrotingssaldi tot en met de 3de rapportage 2025’ geven we inzicht in de invloed van de resultaten uit deze rapportage op de ontwikkeling van de begrotingssaldi (Totale baten -/- totale lasten) en de globale analyse van het structureel begrotingsevenwicht (Structurele baten -/- structurele lasten). Voordat wij onderstaand de individuele posten kort toelichten geven wij eerst een analyse op hoofdlijnen.

Op hoofdlijnen

Met uitzondering van de verwerking van de effecten uit de septembercirculaire 2025 en de raadsmotie inzake Armoedebestijding maak ‘Samen voor alle kinderen’ regeling toegankelijk voor extra 165 huishoudens hebben de bijstellingen in deze 3de rapportage een incidenteel karakter. De grootste voordelige bijstellingen hebben betrekking op financiering, vrijval van de resterende middelen voor de energietoeslag en de afwikkeling 2024 van de Kredietbank Limburg. De structurele voordelen uit de septembercirculaire nemen in omvang af in de meerjarenraming 2025-2029.

De incidentele nadelige bijstellingen hebben betrekking op de verwerking van de definitieve vaststelling van het middelencomplex BUIG 2025 en het voorlopig budget 2026. Daarnaast is de begroting bijgesteld voor de 2de rapportage 2025 aangekondige bijstelling voor noodzakelijke werkzaamheden rondom de calamiteit Tudderenderweg.

Per post

1. Financiering

Incidentele bijstelling mutaties rente Financiering, heeft voornamelijk betrekking op:

  • (Nog) geen nieuwe leningen afgesloten in 2025, hierdoor kan het saldo van de stelpost rente met € 0,78 mln. worden afgeraamd.
  • Voordeel rente-inkomsten schatkistbankieren ad € 0,9 mln. door hogere liquiditeit bij de schatkist. Van deze € 0,9 mln. is € 0,4 mln. bestemd voor de projecten waarvan de nog niet bestede aangetrokken projectfinanciering bij de schatkist staat.
  • Actualisatie van de kapitaalslasten op basis van de actuele prognoses en een aanpassing van de omslagrente van 1,8% naar 1,5% over 2025 voor de voortgang van onze projecten.

2. Vrijval vouchers milieuparken

In het kader van herijking van de reserves kan het bedrag van de vouchers milieuparken vrijvallen ten gunste van de algemene middelen aangezien deze niet meer besteed kunnen worden.

3. Calamiteit Tudderenderweg

In de 2de rapportage 2025 is als ontwikkeling benoemd dat eind augustus een politieactie heeft plaatsgevonden bij een locatie/perceel aan de Tudderenderweg in Sittard. Dit perceel en de omgeving zijn in eigendom van de gemeente. Bij deze actie is onder meer restant van en apparatuur horende bij een drugsproductielocatie aangetroffen. Gelet op ernstige vervuiling van de omgeving is ook de gemeente betrokken. Dit heeft geleid tot (spoed)werkzaamheden in de omgeving van en op de betreffende locatie. Dergelijke werkzaamheden gebeuren altijd bij milieu calamiteiten als gevolg van drugsproductie/-afval. De werkzaamheden zijn/waren erop gericht om ernstige milieuvervuiling en andere vormen van vervuiling/afval op de locatie duurzaam op te lossen.

In de 2de rapportage 2025 is aangegeven dat met de werkzaamheden naar verwachting aanzienlijke kosten zijn gemoeid, maar dat deze nog niet bekend waren. Verder is vermeld dat hier geen gereserveerde budgetten voor beschikbaar zijn en derhalve een beroep wordt gedaan op de algemene middelen. Het betreft namelijk een autonome ontwikkeling die onontkoombaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar is. Inmiddels is vergaand zicht op de kosten van de calamiteit c.q. werkzaamheden. Het betreft een bedrag van € 0,3 mln. Hiervoor wordt vanuit begrotingsrechtmatigheid voorgesteld een begrotingswijziging vast te stellen. Vanzelfsprekend wordt waar mogelijk (tevens) een beroep gedaan op de Subsidieregeling opruiming drugsafval. Zodra we hier een beschikking van hebben wordt dit ook financieel verwerkt.

4. Vrijval restant budget energietoeslag

De overheid heeft geen landelijke energietoeslag meer voor 2025. Huishoudens met een laag inkomen kunnen zich echter melden bij hun gemeente voor eventuele lokale steunregelingen in de vorm van bijzondere bijstand of het Tijdelijk Noodfonds Energie. Dit betekent dat ook lokaal de verlening van de energietoeslag is stopgezet. Van de middelen die hiervoor in de reserve opgenomen waren, valt dan ook € 0,6 mln vrij.

5. Kredietbank Limburg - afwikkeling 2024

Deze bijstelling heeft betrekking op het aandeel van de gemeente Sittard-Geleen in de btw-teruggave aan de Kredietbank Limburg (KBL). Deze btw-teruggave kent de volgende achtergrond. Op 14 april 2023 heeft de Hoge Raad in een aantal samenhangende arresten bepaald dat organisaties zonder winstoogmerk en publiekrechtelijke lichamen in het bijzonder geen BTW mogen heffen over diensten die voortvloeien uit het aanbieden van schuldhulpverlening. In het geval van KBL vallen daaronder ook beschermingsbewind en Budgetbeheer Maatwerk. Als gevolg van een onderling akkoord tussen KBL en de lokale belastinginspecteur heeft de belastinginspecteur zich uiteindelijk geschikt in terugbetaling van de onterecht afgedragen omzetbelasting (over tijdvak januari 2020 - juni 2023), rentecompensatie alsmede een aandeel in de ontstane proceskosten.

6. Administratieve correctie applicatie Suite - Coda

De herinrichting van de financiële administratie heeft ertoe geleid dat per abuis dezelfde uitkeringsverslagen tot twee maal toe zijn aangeboden . Dit heeft niet geleid tot twee betalingen aan de uitkeringsgerechtigde, maar in de exploitatie is hetzelfde bedrag wel dubbel als last opgenomen. Met deze wijziging volgt de correctie van deze administratieve omissie ten gunste van het begrotingsresultaat.

7. Middelencomplex BUIG

De definitieve beschikking voor de gebundelde uitkering (BUIG) 2025 en de voorlopige beschikking voor 2026 is ontvangen. De samenstelling van het macrobudget ten aanzien van de hoogte van het BUIG budget en de daarin opgenomen loonprijsontwikkeling laat in combinatie met de ontwikkeling van het bestandsvolume een nadelig resultaat zien. In die ontwikkeling van het bestandsvolume zien we het belang van een goed functionerende en inclusieve arbeidsmarkt waar het Rijk aan de ene kant het BUIG budget voor beschikbaar stelt en andere kant de impulsmiddelen voor beschikbaar stelt. Het BUIG budget stelt ons in staat om nog meer mensen met een arbeidsbeperking te laten werken met ondersteuning van een loonkostensubsidie. Met de impulsbudgetten investeren we in de werkomgeving van het sociaal ontwikkelbedrijf. De structurele doorwerking na 2026 is nog onzeker.

8. Trajecten Vidar

Er wordt kritisch en terughoudend omgegaan met het aanbieden van een traject/opleiding. Desondanks hebben coaches de mogelijkheid om diverse instrumenten op maat in te zetten om cliënten te re-integreren, te investeren naar werk, dan wel te ondersteunen op de werk- of participatieplek. Denk daarbij aan korte opleidingen, (taal)trainingen, cursussen, of participatieplaatsen voor cliënten met een gebrek aan inzet en motivatie. Het aantal in te zetten opleidingen, trainingen, cursussen of Participatieplaatsen is vooraf moeilijk in te schatten. Voor 2025 verwachten we hiervoor, éénmalig, een extra impuls nodig te hebben.

9. Septembercirculaire 2025

In de septembercirculaire 2025 ontvangen we € 7,2 mln. extra via het gemeentefonds. Van dit bedrag wordt € 7,1 mln. gestort in de algemene reserve ter dekking van het budget Stelpost Inflatie 2026. Voor 2026 is er geen aanvullende financiële ruimte. Door de verwachte daling van de inflatie valt de uitkering uit het gemeentefonds in 2026 lager uit. Dit nadeel wordt deels gecompenseerd door een actualisatie van het verdeelmodel. De prognose van het aantal huishoudens met lage inkomens en ouderen valt namelijk gunstiger uit dan in de meicirculaire. Voor een verdere toelichting verwijzen wij naar de raadsinformatiebrief septembercirculaire 2025 van 23 oktober jl.

10. Correctie gemeentelijke bijdrage Vidar

Het betreft een voordelige aanpassing in de gemeentelijke bijdrage gebaseerd op actuele prognoses met betrekking tot de jaarschijf 2029.

11. Motie armoedebestrijding

Op basis van de raadsmotie Armoedebestrijding: Maak ‘Samen voor alle kinderen’ regeling toegankelijk voor extra 165 huishoudens. Hiervoor wordt de inkomensgrens opgehoogd naar 130% van het bijstandsniveau, waardoor in totaal 805 huishoudens gebruik kunnen maken van deze regeling. Bedoeld voor schoolkosten en deelname aan sociale, sportieve en culturele activiteiten. Voor de effectuering van deze verhoging stellen we de begroting structureel met € 138.000 bij ten laste van de begrotingsruimte.

Ad 2. Financiële ontwikkelingen

Uitgaande van de in deze rapportage voorgestelde begrotingsaanpassingen gaan we onderstaand nader in op de bijstellingen met betrekking tot:

  • Ontwikkeling stelpost inflatie
  • Budgetoverhevelingen
  • Kredietvoteringen
  • Vooruitblik jaarrekening 2025

Ontwikkeling stelpost inflatie

Via de P&C-cyclus volgen wij de invloed van loon- en prijsstijgingen op onze begroting. In onze begroting hebben wij middelen gereserveerd om de effecten van deze loon- en prijsstijgingen op te kunnen vangen. Deze middelen zijn gereserveerd op de stelpost inflatie. In onderstaande tabel brengen wij de inzet van deze stelpost in beeld.

Tabel 3 – verloop stelpost inflatie

Verloop stelpost inflatie bedragen x €1.000 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029

Saldo na 2e rapportage 2025/ begroting 2026

            5.514

          -4.980

          -1.421

            6.643

          14.995

Financiële bijstellingen 3e rapportage 2025

7.137

-594

-397

-396

-395

Saldo stelpost inflatie na 3e rapportage 2025

12.651

-5.574

-1.818

6.247

14.600

Budgetoverheveling

-12.643

12.643

Saldo stelpost inflatie na budgetoverheveling

8

7.069

-1.818

6.247

14.600


Na verwerking van de bijstellingen in de 2de rapportage 2025/ begroting 2026 bedroeg het tekort op de stelpost inflatie in de jaarschijven 2026 en 2027 respectievelijk € 5,0 mln. en € 1,4 mln. In de besluitvorming over deze P&C-producten is opgenomen:

  • Toevoeging van het restant op de stelpost inflatie 2025 aan de stelpost 2026;
  • Middelen die uit toekomstige circulaires Gemeentefonds worden ontvangen hiervoor in te zetten.

Deze besluiten zijn als volgt in deze rapportage opgevolgd:

  • Het restant van de stelpost inflatie ad € 5,5 mln. wordt doorgeschoven:
  • Zoals in de raadsinformatiebrief over de septembercirculaire 2025 van 23 oktober jl. aangegeven, is het incidentele resultaat 2025 van € 7,1 mln. toegevoegd aan de stelpost inflatie.

Dit betekent dat we voorstellen per saldo een bedrag van € 12,6 mln. in 2026 aan de stelpost inflatie toe te voegen. Na verwerking van de bijstellingen in deze rapportage is het saldo in 2025 nihil en resteert voor 2026 een bedrag van € 7,1 mln. In 2027 bedraagt het tekort op de stelpost € 1,8 mln. In lijn met genoemde eerdere besluitvorming stellen we voor dit tekort op te lossen met middelen die we toekomstig hiervoor uit de circulaires Gemeentefonds ontvangen. In 2028 en 2029 is nog € 6,2 mln. respectievelijk 14,6 mln. beschikbaar.

De beschikbare middelen in de meerjarenraming zijn onder andere nodig om de effecten van de nieuwe CAO, nieuwe energietarieven en effecten bij gemeenschappelijke regelingen op te vangen. Daarnaast is het krediet prijsstijgingen grote projecten volledig ingezet, waardoor effecten van loon- en prijsstijgingen op de lopende projecten toekomstig ook binnen de beschikbare ruimte op de stelpost inflatie dan wel begrotingsruimte opgevangen moeten worden. Een en ander maakt dat de druk op de beschikbare middelen op de stelpost inflatie hoog is. Zoals eerder aangegeven is het Rijksbeleid hier debet aan. Immers de compensatie die wij via de circulaires Gemeentefonds ontvangen, is lager dat de effecten waarmee wij in de praktijk worden geconfronteerd.

Aanvullend op de inzet uit de 1ste en 2de rapportage 2025 is in deze rapportage een aantal voorstellen gedaan om effecten van loon- en prijsstijgingen met deze stelpost te verrekenen. Onderstaand hebben wij deze voorstellen op een rij gezet.

Tabel 4 - voorstellen inzet stelpost inflatie

Voorstellen inzet stelpost inflatie bedragen x €1.000 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029

Resultaat septembercirculaire 2025

7.143

Indexatie OZB schoolgebouwen

-215

-215

-215

-215

-215

Bijstelling loonindexering OVA-PPC (Overheidsbijdrage arbeidsontwikkeling / Prijs particuliere consumptie)

-209

-209

-209

-209

-209

Energiekosten openbare verlichting

200

Aanpassing normbudgetten salarissen

213

88

88

88

88

Planmatig onderhoud MJOP Sport

-221

Kleine verschillen

5

-37

-61

-60

-59

Saldo inzet stelpost inflatie

7.137

-594

-397

-396

-395


Bovenstaande voorstellen zijn, inclusief inhoudelijke toelichting, verwerkt op de programmabladen in hoofdstuk 2. Door de dekking uit de stelpost inflatie hebben effecten van loon- en prijsontwikkeling geen invloed op ons begrotingssaldo.

Budgetoverhevelingen

In deze laatste rapportage beoordelen wij welke nog niet uitgevoerde en/of afgeronde activiteiten doorlopen naar 2026. Wij stellen voor om de budgetten van deze activiteiten nu over te hevelen naar 2026, zodat de uitvoering direct in 2026 kan worden opgepakt en de rechtmatigheid is geborgd. Voor het toepassen van budgetoverhevelingen hanteren wij een aantal criteria:

  • Het moet gaan over niet (volledig) afgeronde activiteiten, waarbij continuering/ afronding in 2026 noodzakelijk is;
  • De overheveling heeft betrekking op incidentele middelen;
  • De doorgeschoven activiteiten inclusief bijbehorende middelen moeten samen met alle activiteiten en budgetten uit de begroting 2026 uitgevoerd kunnen worden (borging uitvoerings-/ realisatiekracht).

Wij verwerken voorstellen tot budgetoverheveling in deze rapportage om begin 2026 direct over deze middelen te kunnen beschikken. Verwerking in de jaarrekening 2025 heeft immers tot gevolg dat uitvoering in 2026 pas kan worden opgepakt na het raadsbesluit over de jaarrekening 2025 (medio 2026). De voorstellen tot budgetoverheveling – inclusief inhoudelijke toelichting – zijn verwerkt op de programmabladen in hoofdstuk 2. In onderstaande tabel zijn de budgetoverhevelingen samengevat.

Tabel 5 - budgetoverhevelingen

BudgetoverhevelingenProgramma Budget Bedrag bedragen x € 1.000

Bestuur en ondersteuning

Budget Wet Open Overheid (WOO)

50

Bestuur en ondersteuning

Septembercirculaire 2025/ inflatiemiddelen

12.649

Bestuur en ondersteuning

Archief

60

Bestuur en ondersteuning

Facilitair huisvestingsbudget

200

Bestuur en ondersteuning

IM-ICT uitvoeringsprogramma

235

Bestuur en ondersteuning

Nieuw financieel systeem

150

Bestuur en ondersteuning

Taakmutaties gemeentefonds (Jeugdzorg)

1.621

Bestuur en ondersteuning

Bestuurlijk ambtelijke huisvesting

698

Bestuur en ondersteuning

Sittard-Geleen 25 jaar

500

Bestuur en ondersteuning

Toekomstbestendige bedrijventerreinen (Ruimte voor MKB)

984

Veiligheid

Functiewaardering BOA's

240

Veiligheid

Ontwikkelpaden veiligheid - wijkaanpak

93

Verkeer, vervoer en waterstaat

Onderzoeken parkeren

90

Economie

Budget geveltransformatie

1.700

Economie

Stadsmarketing

380

Economie

Procesmiddelen Veerkrachtig Geleen Centrum

3.822

Sport, cultuur en groen

Incidenteel budget topsport

100

Sport, cultuur en groen

Het Anker

60

Sport, cultuur en groen

Cultuurbedrijf De Domijnen

350

Sport, cultuur en groen

RegioArchief

115

Sport, cultuur en groen

Gedeeld plezier

100

Sociaal domein

Doorontwikkeling inclusieve kinderopvang

100

Sociaal domein

Participatiewet in balans

229

Saldo budgetoverhevelingen


24.526


Uit het overzicht blijkt dat wordt voorgesteld budgetten over te hevelen naar 2026 voor een totaalbedrag van € 24,5 mln. In deze voorstellen tot budgetoverheveling kunnen we de volgende onderverdeling maken:

  • De toevoeging van het resultaat uit de septembercirculaire 2025/ restant stelpost inflatie 2025 ad € 12,6 mln. aan de beschikbare inflatie middelen 2026 is gebaseerd op de besluitvorming hierover in de 2de rapportage 2025/ begroting 2026;
  • In de besluitvorming over de 2de rapportage 2025 is een aantal budgetten beschikbaar gesteld die na besluitvorming in de raad niet meer in 2025 worden ingezet. Het gaat dan over de budgetten voor IM-ICT uitvoeringsprogramma, nieuw financieel pakket, Sittard-Geleen 25 jaar en topsport;
  • Via de uitvoeringsagenda bestuursperiode 2024-2026 zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van een aantal speerpunten. Wij stellen voor niet-ingezette incidentele middelen beschikbaar te houden om deze speerpunten verder op te kunnen pakken. Het betreft de budgetten voor onderzoeken parkeren, geveltransformatie, stadsmarketing, procesmiddelen veerkrachtig Geleen-Centrum en Toekomstbestendige bedrijventerreinen (Ruimte voor MKB);
  • Overige incidentele budgetten die we doorschuiven om niet (volledig) uitgevoerde activiteiten in 2026 verder op te kunnen pakken.


Kredietvoteringen

In deze rapportage stellen we voor de volgende kredieten beschikbaar te stellen:

Tabel 6 – investeringskredieten

Investering bedragen x € 1.000 Programma Dekking kapitaallasten Investerings- bedragen

Aankoop en verbouwing pand Markt 116

Bestuur en ondersteuning

Binnen de bestaande begroting

1.340

Verkeersveiligheid Tunnelstraat Sittard

Verkeer, vervoer en waterstaat

Binnen de bestaande begroting

150

Aanleg parkeerplaats FC Geleen-Zuid

Verkeer, vervoer en waterstaat

Ten laste van de begrotingsruimte

105

SPV Subsidie voor Groot onderhoud wegen

Verkeer, vervoer en waterstaat

Binnen de bestaande begroting

-156

Administratieve correctie ontwikkeling Salmstraat Noord

Economie

Binnen de bestaande begroting

2.600

Ontwikkeling Annastraat 29/29a/ 29b

Economie

Binnen de bestaande begroting

900

Corio Glana HL 16/17

Sport, cultuur en groen

Binnen de bestaande begroting

150

Vervanging sportveld HC Scoop

Sport, cultuur en groen

Binnen de bestaande begroting

645

Volkshuisvestingsfonds fase 4

Wonen, omgevingsbeleid en gebiedsontwikkeling

Binnen de bestaande begroting

1.000

Verwerving Eindstraat 4 Geleen en percelen Middelborgsingel te Guttecoven.

Wonen, omgevingsbeleid en gebiedsontwikkeling

Binnen de bestaande begroting

1.294

Actief verwervingsbeleid aankoop gronden DSM in ontwikkeling

Wonen, omgevingsbeleid en gebiedsontwikkeling

Binnen de bestaande begroting

406

Totaal investeringskredieten



8.434


In deze rapportage stellen we voor een aantal investeringskredieten beschikbaar te stellen voor een totaalbedrag van afgerond € 8,4 mln. Met uitzondering van het voorstel ‘Aanleg parkeerplaats FC Geleen-Zuid’ dekken we de kapitaallasten van deze kredieten binnen de bestaande begroting en leggen daarmee geen (extra) beslag op algemene middelen.

Wij stellen voor een krediet beschikbaar te stellen voor de oplossing van de parkeerproblematiek bij FC Geleen-Zuid. De jaarlijkse kapitaallasten ad € 5.600 dekken we ten laste van de begrotingsruimte.

Voor de aankoop van diverse gronden van DSM-Firmenich buiten het afgesloten industrieterrein in Geleen stellen we voor een krediet van € 0,4 mln beschikbaar te stellen. Het betreft agrarische gronden, groenstroken en openbare ruimte waarvan het beheer grotendeels al bij de gemeente ligt. Deze aankoop heeft een strategisch en beheergericht karakter. De locaties zijn van belang voor toekomstige gebiedsontwikkelingen. De kapitaallasten van dit krediet worden gedekt door (pacht)inkomsten. De structurele kosten voor de areaaluitbreiding ad € 10.400 dekken we ten laste van de begrotingsruimte.

Het krediet inzake het Volkshuisvestingsfonds betreft de administratieve verwerking van het raadsbesluit in de 1ste rapportage 2025 om uit het investeringsprogramma 2021-2024 € 1 mln. beschikbaar te stellen voor transformatie wonen. Voor de realisatie van transformatie wonen is op een aantal gebieden een voorkeursrecht gevestigd. Zo ook voor de aankopen met betrekking tot het volkshuisvestingsfonds fase 4. Aankopen dienen te worden verantwoord in het jaar van aankoop. Om onrechtmatigheden bij de jaarrekening te voorkomen wordt daarom een masterkrediet beschikbaar gesteld. De dekking voor de kapitaallasten is al in de begroting aanwezig. Daarnaast hebben we een SPV -subsidie ontvangen ad € 0,16 mln. voor de Kempenweg en Groot Onderhoud Wegen (GOW). Deze middelen worden ingezet ter dekking van het eerder beschikbaar gestelde krediet.

De voorstellen tot kredietvotering, inclusief inhoudelijke toelichting, zijn verwerkt op de programmabladen in hoofdstuk 2.

Vooruitblik jaarrekening 2025

Zoals in de inleiding en bij de uitgangspunten van dit hoofdstuk beschreven, is het doel in deze rapportage de begrotingsrechtmatigheid te borgen. Met andere woorden, we proberen te voorkomen dat het jaarrekeningresultaat - fors - afwijkt van het bijgestelde begrotingsbeeld in deze rapportage.

Financiële verordening

Ondanks dat we nu de begroting nog een keer bijstellen, is het niet te voorkomen dat het jaarrekeningresultaat op onderdelen gaat afwijken van het bijgestelde begrotingsbeeld. Enerzijds kan dit worden veroorzaakt door onbekende autonome ontwikkelingen in de laatste twee maanden van het jaar. Anderzijds door ontwikkelingen die we nu in beeld hebben, maar waarvan de financiële impact nu nog niet bekend is.

In artikel 12 Begrotingscriterium van de financiële verordening is in lid 7 opgenomen dat begrotingsafwijkingen die ontstaan na de 3de rapportage 2025 niet onrechtmatig zijn, mits gemeld en verantwoord in de jaarrekening 2025. Uitgezonderd zijn begrotingsafwijkingen die betrekking hebben op een overschrijding van lasten en investeringskredieten. Deze overschrijdingen zijn altijd onrechtmatig.

Begrotingsposten

We kunnen nu al een aantal posten benoemen die van invloed kunnen zijn op het jaarrekeningresultaat. Het gaat dan bijvoorbeeld over:

  • Het saldo van de post onvoorzien ad € 0,3 mln.
  • Geraamde kapitaallasten voor de uitvoering van investeringen.

Bovendien is het begrotingssaldo na verwerking van de bijstellingen uit deze rapportage € 1,7 mln. voordelig. Zie hiervoor de toelichting bij onderdeel 3.

Ontwikkelingen

De volgende ontwikkelingen hebben we nu in beeld, maar zijn financieel nog niet te kwantificeren. Dit betreft bijvoorbeeld:

  • de decembercirculaire 2025,
  • openeinde regelingen sociaal domein/ afrekening centrumregelingen,
  • actualisatie waarde- en volumeontwikkeling (niet) woningen / belastingen,
  • bevindingen accountantscontrole.

Ad 3. Ontwikkelingen begrotingssaldi tot en met de 3de rapportage 2025


Bij onderdeel 1 ‘samenvatting begrotingsaanpassingen’ hebben wij de bijstellingen uit de 3de rapportage, die van invloed zijn op het begrotingssaldo in beeld gebracht. In onderstaande tabel hebben wij, rekening houdend met deze begrotingsaanpassingen, de ontwikkeling van de begrotingssaldi in de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2029 op een rij gezet.

Begrotingsruimte


Tabel 7 – ontwikkeling begrotingsruimte

Ontwikkeling begrotingsruimte bedragen x € 1.000 2025 2026 2027 2028 2029

Vertreksituatie begrotingsruimte na 2de rapportage 2025/ begroting 2026

1.121

323

4.080

875

120

Financiële bijstellingen 3de rapportage 2025

1.305

-1.493

357

152

305

Begrotingsruimte na de 3de rapportage 2025

2.426

-1.170

4.437

1.027

425


Structureel begrotingsevenwicht


Tabel 8 – Ontwikkeling structureel begrotingsevenwicht

Ontwikkeling structureel begrotingsevenwicht bedragen x € 1.000 2026 2027 2028 2029

Structurele begrotingssaldi (begroting 2026)

3.192

2.072

689

483

Gemeentefonds - septembercirculaire 2025

407

317

204

9

Middelencomplex BUIG

-1.753



Raadsmotie Armoedebestrijding

-138

-138

-138

-138

Structurele begrotingssaldi (3de rapportage 2025)

1.708

2.251

755

354


We zijn de actualisatie van het begrotingsbeeld gestart met de (structurele) begrotingssaldi op basis van de 2de rapportage 2025/ begroting 2026. Na verwerking van de besluitvorming uit deze 2 P&C-producten (Raadsbesluiten 12/13 november 2025) hebben we tot en met 2029 voordelige (structurele) begrotingssaldi. De verwerking van de bijstellingen uit de 3de rapportage 2025 leidt, met uitzondering van 2026, tot een verdere verbetering van het begrotingsbeeld.

De bijstelling van het middelencomplex BUIG op basis van het voorlopig budget 2026 is de voornaamste oorzaak voor de nadelige ontwikkeling in de (structurele) begrotingsruimte in 2026. De structurele effecten uit de septembercirculaire maakt dat de structurele begrotingsruimte in de overige jaarschijven verbetert. Ondanks de voordelige begrotingsruimte in de overige jaarschijven en de borging van het structureel begrotingsevenwicht in de periode 2026-2029 wijzen wij op de kanttekeningen die wij in de begroting 2026 hebben toegelicht. Deze blijven onverminderd van kracht. Het gaat dan met name over:

  • De onzekerheid over het rijksbeleid met betrekking tot gemeentefinanciën. Dit is mede afhankelijk van het moment en inhoud van de koers van het nog te formeren kabinet.
  • Het risicoprofiel ten aanzien van nieuwe effecten van loon- en prijsontwikkeling (LPO) in de lopende projectenportefeuille, komen ten laste van de begroting. Het krediet prijsstijgingen grote projecten is immers volledig ingezet.
  • Met de uitvoeringsagenda 2024-2026 (‘speerpunten’) hebben we specifieke activiteiten op een aantal beleidsterreinen aangejaagd, geïntensiveerd dan wel van een impuls voorzien. Hieraan zijn evaluatiemomenten gekoppeld. Bij een positieve evaluatie kunnen deze activiteiten worden voortgezet. Deze continuering maakt onderdeel uit van de integrale afweging van de beschikbare begrotingsruimte.
  • Uit het verloop van de stelpost inflatie blijkt dat de gereserveerde middelen niet toereikend zijn om de effecten van LPO op onze begroting op te kunnen vangen. Reden hiervoor is dat de compensatie die wij van het Rijk via de circulaires ontvangen, gebaseerd is op lagere inflatiepercentages dan waar wij in de uitvoering van onze begroting mee geconfronteerd worden. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in de verwerking van de CAO, de beheerplannen IPOR en de onderdelen van het sociaal domein. In deze rapportage hebben wij voorstellen gedaan om de stelpost inflatie in 2026 aan te vullen. In de 2027 blijft er sprake van een tekort.
  • Houdbaarheid van het sociaal domein, waarbij er zowel bij de Wmo en Jeugdzorg naar verwachting sprake is van volumegroei (o.a. door toenemende vergrijzing en armoede) en inflatie, terwijl er sprake is van onvoldoende rijkscompensatie.
  • Ontwikkelingen binnen het fysieke domein met onder andere de vervanging en verduurzaming van maatschappelijk vastgoed (o.a. scholen, gemeenschapshuizen en sportaccommodaties) en vervanging van civiele infrastructuur, waarbij de jaarlijkse kostenstijging hoger is dan de gemiddelde inflatie (compensatie via het gemeentefonds).

Aan de hand van de P&C-cyclus volgen wij de actuele ontwikkelingen op de voet. Op basis van de betekenis hiervan voor ons begrotingsbeeld en de financiële positie doen wij waar nodig tijdig voorstellen om bij te sturen.

Resultaatbestemming

Op basis van het actueel begrotingsbeeld inclusief de geplaatste kanttekeningen stellen wij het volgende voor:

  • Na verwerking van de bijstellingen uit de 3de rapportage 2025 is er in 2025 een voordelig begrotingssaldo van € 2,4 mln. Omdat dit de laatste rapportage van dit jaar is respectievelijk het jaar bijna verstreken is, stellen we voor dit bedrag toe te voegen aan de algemene reserve.
  • Deze toevoeging benutten we gedeeltelijk om het incidentele tekort in 2026 van € 1,2 mln. af te dekken, waardoor de omvang van de algemene reserve per saldo met € 1,2 mln. toeneemt.
  • De voordelige begrotingssaldi vanaf 2027 houden we vooralsnog aan in afwachting van de verdere ontwikkeling van de hiervoor beschreven kanttekeningen/ risicoprofiel in de begroting.

Dit leidt tot het volgende beeld:

Tabel 9 – Resultaatbestemming

Ontwikkeling begrotingsruimte bedragen x € 1.000 2025 2026 2027 2028 2029

Vertreksituatie begrotingsruimte na 2de rapportage 2025/ begroting 2026

1.121

323

4.080

875

120

Financiële bijstellingen 3de rapportage 2025

1.305

-1.493

357

152

305

Begrotingsruimte na de 3de rapportage 2025

2.426

-1.170

4.437

1.027

425

Resultaatbestemming - verrekening met de algemene reserve

-2.426

1.170

Begrotingsruimte na resultaatbestemming

0

0

4.437

1.027

425