De begrotingsstructuur kent de volgende opbouw:
Conform de voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording worden naast genoemde programma’s de onderdelen algemene dekkingsmiddelen, overhead, onvoorzien en vennootschapsbelasting afzonderlijk opgenomen. De budgetten en realisatiecijfers die aan deze onderdelen zijn gekoppeld maken ook onderdeel uit van programma 0 Bestuur en ondersteuning.
De uitwerking van de programma’s vindt plaats langs de beantwoording op de volgende W-vragen:
- Wat wilden we bereiken?
- Wat hebben we gedaan om dit te bereiken?
- Wie en/of wat hadden we daarvoor nodig?
- Wat heeft het gekost?
- Wie heeft meebetaald?
- /7. Wat hebben we niet gedaan en wat betekent dit?
Per programma zijn de belangrijkste, financiële afwijkingen (groter dan € 50.000) ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting toegelicht. Bij de toelichting “Wat heeft het gekost?” geven wij op hoofdlijnen aan waarvoor de programmabudgetten zijn ingezet. Tevens analyseren wij het resultaat op hoofdlijnen. Voor een gedetailleerde verschillenanalyse - begroting na wijziging versus realisatie - verwijzen wij naar paragraaf 3.7. In de financiële overzichten zijn de cijfers in duizendtallen weergegeven. De kosten en de nadelige (financiële) afwijkingen zijn vermeld met een ‘ – ‘ teken.
Beleidsindicatoren
In het gewijzigde BBV is aangegeven dat het voor gemeenten steeds belangrijker wordt om te kunnen sturen op basis van meetbare prestaties en hierbij vergelijkingen te kunnen maken met andere gemeenten. In dit verband is in het BBV een set van uniforme beleidsindicatoren voorgeschreven. De aan de indicatoren gekoppelde waardes zijn conform voorschrift ontleend aan www.waarstaatjegemeente.nl respectievelijk de gegevens uit de eigen begroting. De beleidsindicatoren zijn opgenomen bij de betreffende programma’s.